Wat is het juiste bijvoeglijk naamwoord van rubber: rubberen of rubber?
Van de stofnaam rubber kan zowel het bijvoeglijk naamwoord rubberen als het bijvoeglijk naamwoord rubber worden gevormd.
Volgens de ANS kunnen van stofnamen over het algemeen bijvoeglijke naamwoorden gevormd worden met het onbeklemtoonde achtervoegsel -en. Voorbeelden zijn: bakelieten, betonnen, gipsen, houten, ijzeren, kartonnen, ribfluwelen, stenen, wollen. Een aantal stofnamen (veelal nieuwere, vreemde woorden) worden echter in onveranderde vorm als bijvoeglijk naamwoord gebruikt, o.a. aluminium, corduroy, plastic, polyester, rubber. Ook mogelijk is volgens de ANS rubberen en plastieken (dit laatste vooral in België).
De vorming van bijvoeglijke naamwoorden van stofnamen op -en is blijkbaar productief: De Grote Van Dale uit 1984 gaf alleen rubber en de Grote Koenen noteerde bij rubberen 'nog niet algemeen gebruikt'. De Grote Van Dale uit 1995, 1999 en 2005, Wolters-Koenen en Verschueren geven zowel rubber als rubberen.
Kunststoffen kozijnen / kunststofkozijnen / kunststof kozijnen
Ovalen / ovale tafel
Rubber bootje / rubberbootje
Zijde / zijden jurk
ANS (1997), p. 720; Grote Van Dale (1984); Grote Koenen (1986); Verschueren (1996); Wolters-Koenen (1996); Grote Van Dale (1995); Grote Van Dale (1999); Grote Van Dale (2005)