Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Anderhalf jaar (in de / het afgelopen -)

Vraag

Wat moet het zijn: in de afgelopen anderhalf jaar of in het afgelopen anderhalf jaar?

Antwoord

Correct is: in het afgelopen anderhalf jaar, met als lidwoord het.

Toelichting

Het tijdsaanduidende zelfstandig naamwoord jaar is een het-woord. In het enkelvoud wordt daarbij het lidwoord het gebruikt, in het meervoud de. Vergelijk:

(1) (in) het afgelopen jaar

(2) (in) de afgelopen vijf jaar

Een bijzonderheid van jaar, evenals van uur en kwartier, is dat het in tegenstelling tot andere tijdsaanduidende woorden zoals de de-woorden week of maand in het meervoud in de regel onveranderd blijft. We krijgen dus vijf jaar (zie (2)), maar drie weken (zie (4)):

(3) (in) de afgelopen week

(4) (in) de afgelopen drie weken

Bij de combinatie met anderhalf hebben we met een enkelvoud te maken. In overeenstemming met de etymologische betekenis 'het tweede voor de helft' wordt anderhalf immers niet als een meervoudig, maar als een enkelvoudig breukgetal opgevat. Dat blijkt uit het gebruik van een enkelvoudig zelfstandig naamwoord en werkwoord in plaats van een meervoudsvorm in zinnen als de volgende:

(5a) De afgelopen anderhalve week was bijzonder vermoeiend.

(5b) De afgelopen anderhalve weken waren bijzonder vermoeiend. (uitgesloten)

Gegeven het bovenstaande krijgen we in combinatie met anderhalf dus:

(6) (in) de voorbije anderhalve week

maar:

(7) (in) het afgelopen anderhalf jaar

Zie ook

Enkelvoudsvorm / meervoudsvorm bij hoeveelheidsaanduidende zelfstandige naamwoorden (algemeen)

Jaar / jaren (enkelvoud of meervoud na telwoord?)
Maand / maanden (enkelvoud of meervoud na telwoord?)
Twee derde van de studenten bleken / bleek

Bronnen

Zaalberg, C.A. (1975). Taaltrouw. Nieuwe en oude glottagogische overwegingen, Culemborg: Tjeenk Willink. (pp. 101-102)

Naslagwerken

WNT