Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Nooit geen (ik maak - fouten)

Vraag

Is de zin Ik maak nooit geen fouten correct, als je bedoelt dat je nooit fouten maakt?

Antwoord

Dubbele ontkenningen zoals nooit geen worden in informele gesproken taal als versterking gebruikt. In verzorgde gesproken taal en in geschreven taal kunnen ze beter vermeden worden.

Toelichting

In informele gesproken taal worden soms ontkennende woorden achter elkaar gebruikt die samen als één ontkennend element fungeren. Zulke ontkenningen worden vaak als fout beschouwd omdat men er het tegendeel mee zou zeggen van wat men bedoelt, maar die redenering klopt niet. Dubbele ontkenningen hebben een versterkende functie: de ontkenning wordt hier extra mee beklemtoond.

De aanvaardbaarheid verschilt – zelfs in gesproken taal – van geval tot geval en van persoon tot persoon: sommige combinaties zijn meer aanvaard dan andere. In verzorgde gesproken en geschreven taal kunnen zulke dubbele negaties het best vermeden worden.

(1a) Hij heeft nooit geen geld. (informeel, spreektaal)

(1b) Hij heeft nooit geld.

(2a) Een beetje concurrentie kan nooit geen kwaad. (informeel, spreektaal)

(2b) Een beetje concurrentie kan nooit kwaad.

(3a) Jij hebt ook nooit geen tijd! (informeel, spreektaal)

(3b) Jij hebt ook nooit tijd!

(4a) Ik had dat nooit niet gedacht. (informeel, spreektaal)

(4b) Ik had dat nooit gedacht.

(5a) In dat café zie je nooit niemand. (informeel, spreektaal)

(5b) In dat café zie je nooit iemand.

(6a) We hebben niemand niet gezien. (informeel, spreektaal)

(6b) We hebben niemand gezien.

Bijzonderheid

Soms is in geschreven taal een dubbele ontkenning correct vanwege het beoogde expressieve effect. De dubbele ontkenning is dan als een vaste combinatie te beschouwen.

(7) Ik doe het niet: vandaag niet, morgen niet, nooit niet.

Zie ook

Evenmin als jij ga ik daar (niet) naartoe
Geen / niet gelijk krijgen
Niet ondenkbeeldig / niet denkbeeldig / niet ondenkbaar
Niets is minder waar

Naslagwerken

ANS (1997), p. 1642 of online via de E-ANS; Schrijfwijzer (2012), p. 331; Van Dale Taalhandboek Nederlands (2011), p.70