Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Met z'n / ons allen

Vraag

Wat is correct: met ons allen of met z'n allen?

Antwoord

Beide constructies zijn correct.

Toelichting

In de constructie 'met + bezittelijk voornaamwoord allen' kan in alle gevallen z'n worden gebruikt, ongeacht de persoon en het natuurlijke geslacht. In de eerste en derde persoon meervoud (wij/we respectievelijk zij/ze) kan ook het bezittelijk voornaamwoord van dezelfde persoon (ons respectievelijk hun) worden gebruikt:

(1) We gaan met z'n/ons allen naar de kerk.

(2) Ze waren met z'n/hun allen op weg naar de kermis.

In de tweede persoon meervoud is echter vooral z'n gebruikelijk; jullie is niet onmogelijk, maar wel zeer ongewoon. Het is daarom onduidelijk of met jullie allen als correct kan worden beschouwd.

(3a) Jullie zijn daar met z'n allen naartoe gegaan.

(3b) Jullie zijn daar met jullie allen naartoe gegaan. (status onduidelijk)

In plaats van het onbepaald voornaamwoord allen kan in deze constructie ook een hoofdtelwoord voorkomen. Ook dat telwoord eindigt dan op -en.

(4) We vormden met z'n/ons zessen een hecht groepje.

(5) Ze doen alles met z'n/hun tweeën.

(6a) Gaan jullie met z'n tweeën oudejaar vieren?

(6b) Gaan jullie met jullie tweeën oudejaar vieren? (status onduidelijk)

(7) Ze hebben die beslissing toen met z'n/hun beiden genomen.

Ten slotte kan het onbepaalde telwoord hoeveel alleen met z'n gecombineerd worden:

(8) Met z'n hoevelen waren jullie?

De onbepaalde telwoorden veel en weinig kunnen ook met het voorzetsel met worden verbonden, maar er staat dan geen z'n, ons of hun:

(9) Zij waren daar met velen/weinigen.

In de constructie 'met + bezittelijk voornaamwoord + hoofdtelwoord' kunnen de hoofdtelwoorden beidetweedrie en vier ook in de vorm van een verkleinwoord voorkomen: met z'n beidjes/tweetjes/drietjes/viertjes. Die combinaties zijn informeel.

(10) Daarna zijn we met z'n beidjes/met z'n drietjes naar de voorstelling geweest. (informeel)

Zie ook

Volle en gereduceerde vormen van persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden (algemeen)

Op hun / zijn plaats (beschuldigingen zijn hier niet -)
Met vieren / met ons gevieren / met vier / met z'n vieren / met ons vieren

Bronnen

Joop van der Horst (2013). Op drift. Langetermijnontwikkelingen in taal. In: Onze Taal 2013-6, p. 162-164.

Naslagwerken

ANS (1997), p. 435-438 of online via de E-ANS; Schrijfwijzer (2012), p. 303; Woordenboek correct taalgebruik (2004), p. 167