Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Lijdende vorm (passief)

Vraag

Heeft de bedrijvende vorm (bijvoorbeeld De menigte jouwde de veroordeelde misdadiger uit) altijd de voorkeur boven de lijdende vorm (bijvoorbeeld De veroordeelde misdadiger werd door de menigte uitgejouwd)?

Antwoord

Nee. U hoeft zinnen in de lijdende vorm niet altijd te vermijden, maar de bedrijvende vorm is in het algemeen wel te verkiezen boven de lijdende vorm. In bepaalde gevallen kan de lijdende vorm echter functioneel zijn.

Toelichting

De lijdende vorm is niet los te zien van de bedrijvende vorm; passief hangt samen met actief. Als het onderwerp van de zin gelijk is aan de handelende persoon, de persoon die het uitgangspunt vormt van de door het hoofdwerkwoord uitgedrukte handeling of werking, spreekt men van de bedrijvende (of: actieve) vorm. Voorbeelden:

(1a) Wij sturen u het pakket onmiddellijk toe.

(2a) Hij heeft mij daarvan op de hoogte gesteld.

Met veel zinnen in de bedrijvende vorm corresponderen zinnen in de lijdende vorm, meestal met het werkwoord worden, waarin het onderwerp niet de handelende persoon aanduidt, maar in de meeste gevallen gelijk is aan het lijdend voorwerp in de corresponderende actieve zin. In veel gevallen kan in de lijdende vorm de handelende persoon, het onderwerp van de corresponderende actieve zin, worden uitgedrukt in een zogenoemde passieve door-bepaling. In de meeste gevallen gebeurt dat echter niet. In de voltooide tijd wordt het hulpwerkwoord van tijd zijn gebruikt, maar het deelwoord geworden verzwegen. Met (1a) en (2a) corresponderen dus de volgende zinnen:

(1b) Het pakket wordt u (door ons) onmiddellijk toegestuurd.

(2b) Ik ben daarvan (door hem) op de hoogte gesteld.

Er kunnen verschillende redenen zijn om te kiezen voor de lijdende vorm in plaats van voor een actieve zin:

- de schrijver kan de handelende persoon niet noemen omdat die niet bekend is (bijvoorbeeld Daar wordt aan de deur geklopt; wie zou dat zijn?);

- de schrijver wil de handelende persoon niet noemen omdat die niet relevant is (bijvoorbeeld Het huis wordt geheel gerenoveerd, Roken is hier niet toegestaan) of om welke andere reden dan ook (bijvoorbeeld omdat hij die opzettelijk in het vage wil houden);

- de schrijver wil niet de handelende persoon, maar de handeling centraal stellen (bijvoorbeeld Er wordt wel veel gepraat, maar weinig gedaan);

- de schrijver wil afwisselen met actieve zinnen, bijvoorbeeld die met het enigszins formele men of het onpersoonlijke je (vergelijk bijvoorbeeld Dat kan men beter vermijden met Dat kan beter worden vermeden);

- de schrijver wil zinnen beter op elkaar laten aansluiten (bijvoorbeeld Hij bewonderde ons nieuwe kantoor. Het is gebouwd door een bekende architect);

- de schrijver wil dubbelzinnigheid voorkomen (vergelijk bijvoorbeeld de werknemers die hun collega's hebben verraden met de werknemers die door hun collega's zijn verraden).

Het gebruik van de lijdende vorm wordt algemeen beschouwd als vaag, saai, droog, zakelijk en onpersoonlijk, en is kenmerkend voor ambtelijk en wetenschappelijk taalgebruik. Om de leesbaarheid en levendigheid van teksten te bevorderen bevelen verschillende auteurs daarom aan de lijdende vorm alleen te gebruiken als dat beslist nodig is.

Naar ons oordeel is het niet nodig zo streng te zijn. Weliswaar correspondeert met een passieve zin vrijwel altijd een actieve zin (niet andersom), maar nooit zonder verschil in betekenis. Als men bewust kiest voor een onpersoonlijke stijl, kan het gebruik van de lijdende vorm functioneel zijn. De lijdende vorm hoeft men dan ook wat ons betreft niet in alle gevallen te vermijden, maar we raden wel aan voor afwisseling te zorgen.

Zie ook

Men
Naamwoordstijl

Bronnen

Van der Horst, P. (1997). Leesbaar schrijven voor iedereen. Den Haag: Sdu. (pp. 33-39)
Onrust, M., Verhagen, A. & Doeve, R. (1993). Formuleren. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum. (pp. 83-110)
Overduin, B. (1990). Rapporteren. Het schrijven van rapporten, nota's, scripties en artikelen (3e dr.). Utrecht: Spectrum. (pp. 177-184)
Steehouder, M. e.a. (1995). Leren Communiceren. Groningen: Wolters-Noordhoff. (p. 152)
Janssen, D. e.a. (red.) (1996). Zakelijke Communcatie I (3e dr.). Groningen: Wolters-Noordhoff. (pp. 139-142)
Cornelis, L.H. (1997). Passive and perspective. Amsterdam: Rodopi.

Naslagwerken

Schrijfwijzer (1995), p. 77-79;Handboek Stijl (1997), p. 156-158;Stijlboek De Standaard (1997), p. 155-158; Taalbaak 70; ANS (1997), p. 1413-1416 of online via de E-ANS; Den Hertog (1973), dl. 3, p. 162-164; Taalboek Nederlands (1997), p. 139-141, 342; Basishandleiding Nederlands (1996), p. 88; Nieuw stijlboek Volkskrant (1997), p. 113; Stijlwijzer (1996), p. 70-81