Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Taaladvies.net

U bent hier: taalunieversum » taaladvies

Lang leve / leven de jarigen

Vraag

Is het lang leve de jarigen of lang leven de jarigen?

Antwoord

Correct is: lang leven de jarigen.

Toelichting

De zogenoemde aanvoegende wijs komt vooral voor in de derde persoon enkelvoud van de tegenwoordige tijd (leve de koningin!, men neme, het zij zo). De vorm voor het enkelvoud is doorgaans gelijk aan die van de infinitief min -n. In de meeste gevallen gaat het om vaste uitdrukkingen (kome wat komt, koste wat het kost, zo waarlijk helpe mij God almachtig, de hemel bewaar me, godbetert (= God beter 't)). Alleen bij het werkwoord zijn is ook een aanvoegende wijs in de verleden tijd mogelijk (het ware te wensen). In formeel en archaïsch taalgebruik komt bij het werkwoord mogen de aanvoegende wijs ook voor in het meervoud en in de eerste persoon (mogen zij rusten in vrede, ik moge u erop wijzen, dat...).

In een beperkt aantal andere gevallen is het mogelijk de aanvoegende wijs in het meervoud te gebruiken, waarvan de vorm gelijk is aan die van de infinitief, bijvoorbeeld in de uitdrukking lang leven de koning en koningin, de jarigen.

Naslagwerken

Schrijfwijzer (1995) , p. 85

Schrijvers gelieven zich overigens ook te realiseren dat de aanvoegende wijs in het meervoud een n krijgt. Het is Lang leve de Koningin! en Lang leven de prinsjes!

Handboek Verzorgd Nederlands (1996) , p. 37-38

De aanvoegende wijs is in het Nederlands gelijk aan de aantonende wijs, die we in de voorafgaande paragrafen besproken hebben, behalve in de tegenwoordige tijd. In die tijd eindigt de aanvoegende wijs op -e: (...) Moge hij spoedig terugkeren; Mogen onze jongens spoedig terugkeren (meervoud).

Taalbaak 107.1-3

Leve de koning en de koningin of leven de koning en de koningin? Aanvoegende wijs (...) De aanvoegende wijs enkelvoud is het hele werkwoord min 'n (...). Wat niet iedereen weet, is dat de aanvoegende wijs ook in het meervoud kan staan. In dat geval komt de aanvoegende wijs overeen met het hele werkwoord: Moge het u wel bekomen (enkelvoud). Mogen deze bonbons u wel bekomen (meervoud). Dat de aanvoegende wijs in het meervoud mág staan, betekent niet zonder meer dat dit ook aan te bevelen is. Voor veel mensen zijn zinnen als mogen deze bonbons u wel bekomen gekunsteld en op het -kromme' af. Daarom kunt u beter naar (modernere) alternatieven zoeken.

ANS (1997) , p. 65-66

De conjunctief komt vrijwel alleen voor in de derde persoon enkelvoud van het presens en wordt gevormd door de -n van de infinitief weg te laten. (...) Een conjunctiefvorm in de derde persoon meervoud komt voor in: Mogen zij rusten in vrede.

Nederlandse Taalunie