Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Leggen / liggen

Vraag

Is het Hij legt lekker in de zon of Hij ligt lekker in de zon?

Antwoord

De correcte vorm is Hij ligt lekker in de zon. In Nederland komt Hij legt lekker in de zon in bepaalde regio's wel veel voor, maar het behoort niet tot de standaardtaal.

Toelichting

Het onovergankelijke werkwoord liggen heeft als hoofdbetekenissen 'uitgestrekt, uitgespreid zijn', 'zich bevinden'. Het overgankelijke werkwoord leggen heeft als hoofdbetekenis 'doen liggen' en heeft altijd een lijdend voorwerp bij zich.

(1) Zijn voetbalschoenen liggen in de hoek van de kleedkamer.

(2) Zij leggen hun kleren op een hoop.

Vooral in het westen van Nederland vallen de werkwoorden liggen en leggen in het taalgebruik van veel sprekers gedeeltelijk samen: in beide gevallen worden in de tegenwoordige tijd de vormen van leggen gebruikt. In de verleden tijd wordt het onderscheid tussen legden en lagen gehandhaafd, maar het voltooid deelwoord van leggen is weer gelijk aan dat van liggen: gelegen in plaats van gelegd in de standaardtaal (vooral in de vorm neerleggen - neergelegen).

(3) Hun ouders zitten onder de parasol, terwijl zij op het strand leggen te zonnen. (in Nederland, geen standaardtaal)

(4) Waar heb ik dat toch neergelegen? (in Nederland, geen standaardtaal)

Dit gebruik wordt over het algemeen beschouwd als onverzorgd en plat, en verdient dan ook geen aanbeveling, ook niet in informele spreektaal.

Zie ook

Kennen / kunnen

Naslagwerken

 

leggen / liggen
Prisma Stijlboek (1993) , p. 159

De fouten die bij deze werkwoorden het meest voorkomen, zijn: a [legt] (mv [leggen]), i.p.v. ligt (mv liggen: Het boek [legt] op de tafel;

Basishandleiding Nederlands (1996) , p. 5

In het ABN hoort er bij leggen en zetten een lijdend voorwerp (dus niet: ik leg, hij zet, maar ik lig, hij zit, en ik leg of zet iets op tafel).