Is de juiste werkwoordsvorm je/jij kan of je/jij kunt, je/jij wil of je/jij wilt, je/jij zal of je/jij zult?
Beide vormen zijn mogelijk. Je/jij kunt, je/jij wilt en je/jij zult zijn de gewone vormen. Je/jij kan, je/jij wil en je/jij zal zijn informeler.
Heeft je de betekenis van men, dan zijn beide types van persoonsvormen gelijkwaardig, bijvoorbeeld in:
(i) Je kunt je toch niet voorstellen dat nog zoveel mensen van honger omkomen.
(ii) Je kan je toch niet voorstellen dat nog zoveel mensen van honger omkomen.
-
Volgens de Schrijfwijzer en de Taalbaak bestaat er een betekenisverschil tussen je kunt en je kan, je wilt en je wil en je zult en je zal, zoals in:
(1a) Dat kan je niet maken. (= 'men kan dat niet maken', gericht tot niemand in het bijzonder)
(1b) Dat kun je niet maken. (directer gericht tot een jij)
(2a) Je zal dit zelf moeten opknappen. (= 'Stel je toch eens voor dat je dat zelf zou moeten opknappen')
(2b) Je zult dit zelf moeten opknappen. (= 'Het is je eigen schuld, je moet het nu maar zelf opknappen')
Hij wilt / wil
U heeft / hebt
U is / bent
U wil, zal, kan / u wilt, zult, kunt
ANS (1997) , p. 96-100 of of online via de E-ANS; Schrijfwijzer (1995) , p. 111; Taalbaak 3.1; Correct Taalgebruik (1997) , p. 103