Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Irriteren / ergeren

Vraag

Is het juist om te zeggen: Ik irriteer me aan zijn slordigheid?

Antwoord

Nee. Correct is: Ik erger me aan zijn slordigheid of Zijn slordigheid irriteert me.

Toelichting

De betekenissen van irriteren en ergeren liggen dicht bij elkaar, maar deze werkwoorden verschillen gedeeltelijk in hun gebruiksmogelijkheden.

Ergeren en irriteren zijn beide overgankelijke werkwoorden (ze verlangen een lijdend voorwerp bij zich). Zijn slordigheid irriteert me en Zijn slordigheid ergert me zijn beide goed; in beide zinnen is me het lijdend voorwerp.

Het verschil tussen de twee werkwoorden is dat ergeren ook wederkerend kan worden gebruikt, zoals in Ik erger me aan zijn slordigheid. Irriteren kent die mogelijkheid niet, maar wordt - onder invloed van zich ergeren - toch vaak zo gebruikt. Een zin als Ik irriteer me aan zijn slordigheid wordt echter nog algemeen als fout beschouwd.

(1) Ik irriteer me aan het geblaf van die honden. (fout)

(2) Het geblaf van die honden irriteert me al de hele dag.

Correcte mogelijkheden zijn verder: zich ergeren aan, zich storen aan, iets stoort iemand, iets ergert iemand.

(3) Wie zich aan de geur van mest ergert, kan maar beter in de stad gaan wonen.

(4) Omdat ze hem al de hele dag geërgerd hadden, besloot Piet enkele leerlingen straf te geven.

(5) Mensen storen zich vaak aan slechte tafelmanieren bij anderen.

(6) Stoort het je dat ik het raam even openzet?

Zie ook

Onovergankelijk gebruik van overgankelijke werkwoorden (algemeen)

Met zich meebrengen / meebrengen
Uitzaaien / zich uitzaaien
Zich bedenken / bedenken
Zich beseffen / beseffen

Bronnen

Onze Taal. Ik irriteer me aan haar? Geraadpleegd op 20 augustus 2007 via http://www.onzetaal.nl/advies/irriteer.php.

Naslagwerken

Schrijfwijzer (2005), p. 199