Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Ik of jullie ga / gaan

Vraag

Wat is correct: De baas wil dat ik of jullie naar Londen ga of De baas wil dat ik of jullie naar Londen gaan? 

Antwoord

In de schrijftaal zijn beide constructies problematisch. Het is aan te raden om de zin anders te formuleren.

Toelichting

In zinnen met een meerledig onderwerp met of waarvan de leden verschillen in getal, past de persoonsvorm zich aan het dichtstbijzijnde lid aan, of wordt het meervoud gebruikt, ongeacht de volgorde van de leden van het onderwerp.

(1a) Mijn ouders of mijn zus zal / zullen vanavond babysitten.

(2a) Er werd op de conferentie beslist dat de West-Europese landen of Noord-Amerika extra troepen moet / moeten sturen naar het oorlogsgebied.

(3a) Niels of jullie hebben de deur waarschijnlijk laten openstaan.

Vooral in de schrijftaal zijn dat soort zinnen niet voor iedereen aanvaardbaar. Daarom wordt geadviseerd om dergelijke constructies zo veel mogelijk te vermijden. Alternatieven zijn: de persoonsvorm niet samentrekken, een van de delen van de nevenschikking helemaal achteraan plaatsen of de zin helemaal anders formuleren.

(1b) Mijn ouders zullen vanavond babysitten of mijn zus zal babysitten.

(2b) Er werd op de conferentie beslist dat de West-Europese landen extra troepen moeten sturen, of Noord-Amerika.

(3b) Een van jullie heeft de deur waarschijnlijk laten openstaan.

Zie ook

De enige die ben / is
Een of meer deelnemers is / zijn uitgeschakeld
Jan alsmede Piet hebben / heeft dat gedaan
Jan of ik heeft / heb / hebben dat gezegd
Jan of Piet hebben / heeft dat gedaan
Niet alleen de leerlingen, maar ook de leraar kijken / kijkt uit naar het weekend
Noch Jan noch Piet hebben / heeft dat gedaan
Pietersen c.s hebben / heeft
Spek en eieren is lekker / spek en eieren zijn lekker
Zowel de politie als de brandweer zijn / is ter plaatse
Zowel de wethouders als de burgemeester is / zijn tegen het voorstel

Naslagwerken

ANS (1997), p. 1490 of online via de E-ANS

Verschillen de leden van exclusieve disjuncties in grammatisch getal, dan past de persoonsvorm zich in principe aan het dichtstbijzijnde lid aan. Vooral de constructies met enkelvoudige persoonsvorm zijn echter soms nauwelijks aanvaardbaar. In de praktijk vermijdt men dergelijke constructies zoveel mogelijk. Ze zijn te vermijden door herhaling van de persoonsvorm en, beter nog, door splitsing van de nevenschikking.

Prisma Handboek van de Nederlandse taal (2000), p. 219

Als een van de onderdelen enkelvoud is en het andere meervoud, past de persoonsvorm zich aan bij het onderdeel waar het het dichtst bij staat:
Mijn man of de buren zullen iedere avond de poort sluiten.
De buren of mijn man zal iedere avond de poort sluiten.

De meeste taalgebruikers geven de voorkeur aan de eerste versie; het enkelvoud in de tweede zin doet vreemd aan.

Vraagbaak Nederlands (2003), p. 126

Is minstens een van beide delen meervoud, dan volgt een persoonsvorm in het meervoud:
Branden of diefstal kunnen leiden tot stagnatie van de productie.