Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Hij wilt / wil

Vraag

Is het hij wilt of hij wil?

Antwoord

Correct is hij wil.

Toelichting

Het werkwoord willen is onregelmatig. Bij de meeste werkwoorden krijgt de vorm van de tegenwoordige tijd voor de derde persoon enkelvoud de uitgang -t: hij loopt, ze helpt, het gaat, men ziet. De werkwoorden willen, zullen, mogen en kunnen zijn echter uitzonderingen op de regel, evenals het werkwoord zijn (hij is). De vorm voor de derde persoon enkelvoud is bij willen, zullen, mogen en kunnen gelijk aan die voor de eerste persoon.

(1) Hij wil niet meewerken.

(2) Men wil graag dat hier meer parkeerplekken komen.

(3) Wíl of mág ze niet naar het feest?

(4) Hij kan niet goed dansen.

(5) Het bestuur zal de plannen goedkeuren.

In sommige delen van het taalgebied wordt de t in de spreektaal toegevoegd bij de derde persoon enkelvoud van willen: hij wilt. Deze vorm is geen standaardtaal.

Zie ook

Je kan / kunt
U heeft / hebt
U is / bent
U wil, zal, kan / wilt, zult, kunt
Zoudt / zou u

Naslagwerken

ANS (1997), p. 98 of online via de E-ANS