Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Gelijk / meteen

Vraag

Wat is correct: Ik doe dat gelijk of Ik doe dat meteen?

Antwoord

Beide zinnen zijn correct. Ik doe dat meteen is in elk geval standaardtaal in het hele taalgebied. Ik doe dat gelijk is standaardtaal in Nederland. Het is onduidelijk of het gebruik van gelijk in de betekenis '(zo) meteen' ook in België tot de standaardtaal gerekend kan worden. Gelijk is zeker informeler dan meteen; in formeel taalgebruik bestaat er dan ook een voorkeur voor meteen.

Toelichting

Het bijwoord gelijk heeft verschillende betekenissen en gebruiksmogelijkheden. Een van de betekenissen is 'op gelijke wijze' (bijvoorbeeld gelijk gekleed zijn). Als bijwoord van plaats heeft het de betekenis 'even ver in verhouding tot elkaar' (bijvoorbeeld gelijk eindigen). En als bijwoord van tijd betekent gelijk 'op dezelfde tijd', 'tegelijkertijd' (bijvoorbeeld gelijk aankomen).

Daarnaast heeft gelijk in de standaardtaal in Nederland ook de betekenis '(zo) dadelijk, (zo) meteen, direct'.

(1) Schiet op, de voorstelling begint gelijk. [standaardtaal in Nederland]

Ook in België wordt gelijk weleens in die laatste betekenis gebruikt, ook door standaardtaalsprekers. Toch is er een niet te verwaarlozen groep taalgebruikers die dat gebruik afkeurt. Het is daarom vooralsnog niet duidelijk of gelijk in de betekenis '(zo) meteen' ook in België tot de standaardtaal te rekenen is.

Beide betekenissen van gelijk als bijwoord van tijd werden al in 1889 opgenomen in het WNT.

Het gebruik van gelijk is in sommige contexten dubbelzinnig. Zo kan de zin

(2) Zij gingen gelijk weg.

zowel 'Zij gingen tegelijkertijd weg' als 'Zij gingen meteen weg' betekenen.

Zie ook

Gelijk / zoals
Geregeld / regelmatig

Naslagwerken

gelijk meteen
Grote Van Dale (2005) IV (bw. van tijd) (…) 2 dadelijk, meteen: het begint gelijk weer 3 direct: ik kom gelijk I (bw. van tijd) (…) 2 terstond, dadelijk: ik zal je meteen helpen; zo meteen, over een korte tijd, aanstonds
Van Dale Hedendaags Nederlands (2006) [bw.] (…) 2 meteen (…) ik kom gelijk2 1 zonder tijdsverloop op iets anders volgend, syn. acuut, …) gelijk
Verschueren (1996) B. (…) 5. Sprkt. onmiddellijk, dadelijk, meteen: ik zal het hem - vragen 2. dadelijk, onmiddellijk daarop
Koenen (2006) II bw (….) 5 dadelijk, direct, meteen: ik kom ~ bw 1 zonder uitstel; dadelijk; onmiddellijk; direct; terstond
Kramers (2000) [in deze betekenis niet opgenomen] 2 dadelijk
Woordenboek correct taalgebruik (2004), p. 94 [wordt afgekeurd] het begint - weer, dadelijk, meteen -
Het groene woordenboek (2002) dadelijk

- tegelijk - direct erna: zo meteen, dadelijk, straks
Stijlboek Volkskrant (2002) p. 82 Wordt vaak foutief gebruikt in de betekenis van 'meteen': 'hij beloofde dat gelijk te doen'. -
Stijlboek NRC Handelsblad (2000), p. 114 In de betekenis 'meteen' opgevat als een germanisme. Dus liever niet: "ik doe het gelijk", maar: "ik doe het meteen, direct". -
De taalgids (1999), p. 168 Hij kwam gelijk. Wordt weleens als een germ. beschouwd voor direct, meteen, onmiddellijk, maar is dat niet; Gelijk is niet onjuist, maar direct, meteen heeft enige voorkeur. -
WNT 2) Onmiddellijk, terstond, meteen; in toepassing op eene oogenblikkelijke gelijktijdigheid, om aan te duiden, dat, zoodra de eene omstandigheid een aanvang neemt, eene andere terstond volgt.

5) Onmiddellijk na het tegenwoordig oogenblik, aanstonds; ook wel zoo meteen, zoo aanstonds.