Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Geen / niet gelijk krijgen

Vraag

Moet je geen of niet gebruiken in zinnen als Ik verwacht geen/niet gelijk te krijgen?

Antwoord

Beide constructies zijn mogelijk, zonder dat er betekenisverschil is.

Toelichting

In sommige samengestelde zinnen kan het ontkennende element zowel in de hoofdzin als in de bijzin staan. Dat is het geval in zinnen met gezegdes als denken, van mening zijn, geloven, hopen, vinden en bijvoorbeeld ook bij verwachten. Vergelijk:

(1a) Ik denk niet dat ik kom.

(1b) Ik denk dat ik niet kom.

(2a) Ik verwacht niet dat ik gelijk krijg.

(2b) Ik verwacht dat ik geen gelijk krijg.

(3a) Ik verwacht niet gelijk te krijgen.

(3b) Ik verwacht geen gelijk te krijgen.

Een geval als (3), met een beknopte bijzin, is direct vergelijkbaar met een geval als (2): ook hier maakt de ontkenning in de (b)-zin deel uit van de bijzin en niet van de hoofdzin.

Sommige taalgebruikers ervaren een betekenisverschil tussen de (a)- en de (b)-zinnen: in de (a)-zinnen wordt ontkend dat het onderwerp iets denkt, verwacht enzovoort, in de (b)-zinnen denkt, verwacht men dat er iets niet zal gebeuren. Het gaat hier hooguit om een subtiel betekenisverschil. In de praktijk worden beide constructies gebruikt met de betekenis van de (b)-variant, zonder misverstanden over de betekenis.

Zie ook

Geen de minste / niet de minste
Ik denk niet dat het lukt / ik denk dat het niet lukt
Niet / geen goed Nederlands (Hij spreekt -)
Nooit geen (ik maak - fouten)

Naslagwerken

ANS (1997), p. 1344 of online via de E-ANS; Schrijfwijzer (1995), p. 99