Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Aflassen / aflasten / afgelasten

Vraag

Wat is de correcte vorm: een wedstrijd aflassen, een wedstrijd aflasten of een wedstrijd afgelasten?

Antwoord

Standaardtaal is een wedstrijd afgelasten.

Toelichting

Afgelasten is een samenstelling van het werkwoord gelasten ('een last opdragen, bevelen') en het bijwoord af in de betekenis van 'tenietdoening' (vergelijk met afbreken, afschaffen, afzeggen). Het verouderde werkwoord gelasten is een afleiding van het in onbruik geraakte werkwoord lasten (oorspronkelijke betekenis 'met een last bezwaren', vandaar 'bevelen') en het voorvoegsel ge-.

De correcte vervoeging van afgelasten is: (hij) gelast af, (hij) gelastte af, (hij) heeft afgelast.

(1) Dit hele evenement afgelasten zou zonde zijn.

(2) De Moslimbroederschap gelastte de geplande betoging in Caïro af.

(3) De tweede tournee van de musical Toon, over cabaretier Toon Hermans, is afgelast.

In de praktijk worden ook geregeld de infinitiefvormen aflasten en aflassen (en vervoegde vormen zoals hij laste af) gebruikt, maar die zijn niet correct.

(4) Door het slechte weer moeten we de kinderoptocht aflasten. (geen standaardtaal)

(5) Voetbalploeg Flandria heeft op het laatste moment zijn toernooi moeten aflassen. (geen standaardtaal)

(6) Toen hij zag dat het veld onbespeelbaar was, laste de scheidsrechter de oefenwedstrijd af. (geen standaardtaal)

Zie ook

Gelasten / belasten

Bronnen

Onze Taal. Afgelasten / aflasten / aflassen. Geraadpleegd op 20 augustus 2013 via https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/afgelasten-aflasten.

Naslagwerken

 

aflassen

aflasten

afgelasten

Grote Van Dale (2005)

(niet alg.) afgelasten

(niet alg.) afgelasten

door een tegenbevel afzeggen, syn.: afcommanderen: de parade afgelasten, - niet laten gebeuren, plaatsvinden, spelen: alle wedstrijden voor morgen zijn afgelast; de voorstelling is wegens ziekte van de hoofdrolspeler afgelast

Van Dale Hedendaags Nederlands (2008)

(niet alg) afgelasten

(niet alg) afgelasten

niet laten doorgaan (…), syn. aflasten, annuleren, cancelen

Koenen (2006)

-

onjuist voor afgelasten (zie ald.)

iets waartoe bevel gegeven is, door een tegenbevel afzeggen

Woordenboek Correct Taalgebruik (2004), p. 9, 11

-

[wordt afgekeurd] een vergadering, een wedstrijd -, afgelasten

[wordt afgekeurd] een belasting -, afschaffen; de trein van 21.20 naar Antwerpen is afgelast; rijdt niet. WEL: een vergadering, een wedstrijd -, afzeggen

Taalwijzer (2000), p. 32

-

-

is het correcte werkwoord (niet: aflasten)

Stijlboek VRT (2003), p. 23

[wordt afgekeurd] Algemeen Nederlands is: een wedstrijd afgelasten.

-

-

Het Witte Woordenboek Nederlands (2007)

-

-

1 niet door laten gaan: een wegens regen afgelaste voetbalwedstrijd 2 BN opheffen, afschaffen: deze belasting wordt afgelast

Prisma Handwoordenboek Nederlands (2009)

-

-

Niet door laten gaan