Wat is de correcte vorm: een wedstrijd aflassen, een wedstrijd aflasten of een wedstrijd afgelasten?
Correct is: een wedstrijd afgelasten.
Afgelasten is een samenstelling van het werkwoord gelasten 'een last opdragen, bevelen, gebieden' en het bijwoord af in de betekenis van 'tenietdoening' (vergelijk afbreken, afkopen, afschaffen, afstemmen, afzeggen). Het werkwoord gelasten is weer een afleiding van lasten (oorspronkelijke betekenis 'met een last bezwaren', vandaar 'bevelen') en het voorvoegsel ge-. Het werkwoord lasten is al geruime tijd verouderd en wordt vrijwel alleen nog gebruikt in de vaste verbinding lasten en bevelen aan het einde van een wet of een Koninklijk Besluit (in Nederland). De vorm aflasten is in de meeste woordenboeken niet opgenomen en wordt door verschillende naslagwerken afgekeurd.
De incorrecte vorm aflassen is een 'samenstelling' van af en lassen ('verbinden') en kan worden verklaard vanuit een verkeerd begrip van het voltooid deelwoord afgelast (de wedstrijd is afgelast), wellicht onder invloed van de vorm inlassen ('tussenvoegen').
In het hedendaags Nederlands is het werkwoord gelasten beperkt tot formeel taalgebruik. Volgens het WNT was afgelasten evenwel in de negentiende eeuw beperkt tot de volkstaal (vooral in het leger), naast de toentertijd gebruikelijker variant afcommanderen.
| Wolters-Koenen (1996) | aflasten onjuist voor afgelasten |
| ABN-gids (1996), p. 114 | aflasten, [moet worden vervangen door] afgelasten, gelastte af, heeft afgelast. |
| Woordenboek correct taalgebruik (1994), p. 12 | aflasten: een vergadering, een wedstrijd -, [moet worden vervangen door] afgelasten. |
| Prisma Stijlboek (1993), p. 20 | afgelasten/inlassen afgelasten (gelastte af, h. afgelast) last geven dat iets niet door gaat: een wedstrijd afgelasten. |
| Grote Van Dale (2005) | lasten (overg.; lastte, h. gelast), (veroud.) bevelen, gelasten |
| WNT | Onder afgelasten: Uit Gelasten en Af in den zin van tenietdoening (...). Iets, t. w. eene handeling, waartoe het bevel gegeven is, door een tegenbevel afzeggen; het gegevene bevel (tot iets) te niet doen, herroepen. Verg. Afbestellen. Het woord is alleen in de volkstaal in gebruik, inzonderheid bij het leger; het verdient echter in ruimeren kring alle aanbeveling, ter vervanging van de meer gebruikelijke, doch geheel noodelooze, uitheemsche uitdrukking afkommandeeren. Onder commandeeren: Samenst. Afcommandeeren, aflasten Onder lasten: (Aan) iemand lasten iets (minder vaak: om iets) te doen, hem bevelen dat te doen, het hem gebieden, gelasten. Thans vrijwel verouderd. |