Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Durven (te)

Vraag

Wat is correct: Ze durven niet in het donker naar huis gaan of Ze durven niet in het donker naar huis te gaan?

Antwoord

De combinatie van durven met een infinitief met te (Ze durven niet in het donker naar huis te gaan) is standaardtaal in het hele taalgebied. Ze durven niet in het donker naar huis gaan is alleen standaardtaal in België.

In bepaalde gevallen kan het woordje te wel in de standaardtaal in het hele taalgebied weggelaten worden.

Toelichting

Durven is een werkwoord dat in de standaardtaal in principe een infinitief met te als aanvulling krijgt. In België wordt te wel regelmatig weggelaten in gevallen als (1) tot en met (4). Dat gebruik is standaardtaal in België.

(1a) Zoiets durft ze hem wel te vragen.

(1b) Zoiets durft ze hem wel vragen. [standaardtaal in België]

(2a) Sinds het ongeluk durft hij z'n huis niet meer uit te komen.

(2b) Sinds het ongeluk durft hij z'n huis niet meer uitkomen. [standaardtaal in België]

(3a) Ze durven niet alleen in het donker naar huis te gaan.

(3b) Ze durven niet alleen in het donker naar huis gaan. [standaardtaal in België]

(4a) Ik weet niet of ik hem dat wel durf te vragen.

(4b) Ik weet niet of ik hem dat wel durf vragen. [standaardtaal in België]

Onder bepaalde voorwaarden kan te echter in de standaardtaal in het hele taalgebied worden weggelaten.

- Als het hulpwerkwoord durven achteraan in de zin staat en zelf een infinitief is, is weglating mogelijk, maar niet verplicht.

(5) Zoiets zou ik hem wel durven (te) vragen.

- Als durven achteraan in de zin staat als vervoegd werkwoord in de meervoudsvorm in de onvoltooid tegenwoordige tijd (durven heeft dan een vorm die met die van de infinitief overeenkomt) is weglating ook mogelijk maar niet verplicht (vergelijk met (4a)).

(6) Ik weet niet of ze hem dat wel durven (te) vragen.

Weglaten is verplicht als durven zelf al te voor zich heeft. Dat is bijvoorbeeld het geval als durven zelf afhankelijk is van een werkwoord dat een infinitief met te vereist, zoals schijnen: Ze schijnen niet te durven. In dat geval zou er dus twee keer te in de werkwoordelijke eindgroep komen te staan. Vergelijk:

(7a) Ze schijnen niet alleen in het donker naar huis te durven te gaan. (uitgesloten)

(7b) Ze schijnen niet alleen in het donker naar huis te durven gaan.

Zie ook

Beginnen + infinitief
Helpen (te)
Hoe + infinitief
Moest ik kunnen ...
Om + infinitief

Naslagwerken

 

durven te

ANS (1997), p. 970-973 of online via de E-ANS, p. 1010-1011 of online

Of een infinitief als werkwoordelijke aanvulling al dan niet voorafgegaan wordt door te, is afhankelijk van het groepsvormend werkwoord (hulpwerkwoord) waarbij de infinitief aanvulling is. (…) De groepsvormende werkwoorden liggen (…) en durven (…), die normaal met een infinitief met te gecombineerd worden, kunnen onder bepaalde voorwaarden toch een infinitief zónder te als aanvulling krijgen. Het groepsvormende werkwoord moet als deel van een werkwoordelijke eindgroep direct aan zijn aanvulling voorafgaan en bovendien voldoen aan één van de volgende drie voorwaarden: [1] het verschijnt zelf als infinitief zonder te, dat wil zeggen dat het zelf afhankelijk is van een ander groepsvormend werkwoord (hulpwerkwoord) dat een (vervangende) infinitief als aanvulling vereist (…) [2] het groepsvormend werkwoord is achter-pv met een meervoudsvorm van de indicatief presens (en komt dus in vorm en plaatsing overeen met een infinitief zonder te); [3] het groepsvormend werkwoord treedt zelf op als infinitief met te, dat wil zeggen het hangt zelf al af van een groepsvormend werkwoord dat te + infinitief als aanvulling vereist (zoals bijv. schijnen).

Het werkwoord durven is verplicht groepsvormend. (…) Het groepsvormend werkwoord durven komt met een infinitief met of een infinitief zonder te voor. Regionaal (met name in België voorkomend) is een infinitief zonder te altijd mogelijk; in de standaardtaal kan te alleen onder bepaalde voorwaarden weggelaten worden (…).

Taalwijzer (1998), p. 112

durven+ inf. en durven + te + inf. zijn allebei standaardtaal.

Woordenboek correct taalgebruik (2004), p. 73

[wordt afgekeurd] ik durf dat niet doen, niet te doen; hij durft niet gaan, niet te gaan

Stijlboek VRT (2003), p. 77

Durven wordt in de regel met te gecombineerd als er een infinitief op volgt. Te is niet verplicht, als de vorm durven mee achteraan in de zin staat, als infinitief of als vervoegd werkwoord.