Is cumul met als betekenis 'cumulatie' correct?
Nee, die verkorting van cumulatie komt regelmatig in België voor, maar het is er geen standaardtaal.
In België wordt cumul regelmatig gebruikt in de betekenis 'samenvoeging, opeenhoping (van studiejaren, belastingen, baantjes, straffen e.d.)'. Toch is het woord er geen standaardtaal.
(1) Cumul van twee studiejaren binnen eenzelfde cyclus is mogelijk. (in België, geen standaardtaal)
(2) Het uitsluiten van cumul van verschillende mandaten in de politiek is een belangrijk mechanisme om de macht te spreiden. (in België, geen standaardtaal)
(3) Cumul is niet mogelijk met weddensupplementen voor nachtprestaties en voor feestdagen. (in België, geen standaardtaal)
Zonder nabepaling kan cumul vrijwel uitsluitend 'cumulatie van banen' betekenen.
(4) Door zijn cumul is hij voor deze mensen immers onbereikbaar. (in België, geen standaardtaal)
(5) Cumul is bij wet verboden. (in België, geen standaardtaal)
De verkorting cumul is onbekend in Nederland. Standaardtaal in het hele taalgebied zijn cumulatie, opeenstapeling, opstapeling en opeenhoping.
In het jargon van de ballonvaarders en de vliegeniers wordt cumul gebruikt als verkorting voor cumuluswolk. De woordenboeken beschrijven deze betekenis niet.
| cumul | cumulatie | |
| Grote Van Dale (2005) | 1 (alg.Belg.N.) het gelijktijdig uitoefenen van verschillende banen of functies | 1 samenvoeging, opeenhoping |
| Van Dale Hedendaags Nederlands (2002) | 2 (Belg.) gelijktijdige uitoefening van verschillende banen of functies | 1 samenvoeging, opeenhoping |
| Verschueren (1996) | Z.N. 1. Algm. opeenhoping, samenvoeging. 2. Inz. cumulatie, het gelijktijdig waarnemen van banen of functies | het cumuleren |
| Koenen (1999) | (Belg) cumulatie | 2 het gelijktijdig waarnemen van verschillende ambten door één persoon |
| Kramers (2000) | ZN 1 samenvoeging, ophoping; het gelijktijdig toepassen; cumulatie; 2 bekleding van meer dan één ambt of betrekking tegelijk, cumulatie, bijbaan, nevenfunctie | ophoping, opeenstapeling, samenvoeging; inz bekleding van meer dan één ambt of betrekking tegelijk |
| Correct Taalgebruik (2001), p. 55 | [wordt afgekeurd] Om aan te geven dat b.v. belastingen (van echtgenoten) worden samengevoegd, gebruiken we het woord cumulatie. | - |
| Woordenboek correct taalgebruik (2004), p. 58 | [wordt afgekeurd] cumulatie; bijbaan, bijbetrekking, nevenfunctie | - |
| Taalwijzer (1998), p. 93 | [bij cumulatie, wordt afgekeurd] niet: cumul; vgl. Fr. cumul | kan betrekking hebben op banen, belastingen, straffen enz. |
| Stijlboek VRT (2003), p. 65 | [wordt afgekeurd] Frans. De (Belgisch) Nederlandse vorm is: het cumuleren, de cumulatie van functies. (…) In Nederland spreekt men over het opeenstapelen van functies. | - |
| Vlaams-Nederlands woordenboek (2003) |
- opeenhoping, stapeling - cumulatie, het hebben van verschillende banen of functies |
- |