Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Parking / parkeergarage / parkeerplaats / parkeerterrein

Vraag

Is het woord parking correct in de volgende zin: Naast de kerk zal een grote parking aangelegd worden?

Antwoord

Ja, parking is standaardtaal in België. Standaardtaal in het hele taalgebied zijn bijvoorbeeld parkeerplaats, parkeerterrein en parkeergarage.

Toelichting

In België wordt in de standaardtaal vaak het woord parking gebruikt voor een plaats waar men kan parkeren.

(1) Om te carpoolen kunnen we afspreken op die parking bij de E40. [standaardtaal in België]

(2) Onze campus beschikt niet over een eigen parking voor het personeel, maar er is voldoende parkeergelegenheid in de omliggende straten. [standaardtaal in België]

(3) Donderdagavond is er een man beroofd in de ondergrondse parking bij het Noordstation. [standaardtaal in België]

In Nederland is het woord in die betekenis ongebruikelijk. Parking komt er voornamelijk voor in eigennamen.

(4) In Amsterdam zijn er heel wat parkeergarages, waaronder Parking Amsterdam Centraal, Oosterdok Parking, De Kolk en De Bijenkorf.

Standaardtaal in het hele taalgebied zijn parkeerplaats, parkeerruimte, parkeergarage en parkeerterrein.

(5) Er is een ruime parkeerplaats voor 30 auto's achter het gebouw.

(6) U kunt uw auto op het parkeerterrein achter het winkelcentrum zetten.

(7) Er is sinds kort een nieuwe parkeergarage onder het Kruisplein in Rotterdam.

Parking wordt in België soms ook gebruikt voor 'parkeergelegenheid' of voor 'één parkeerplaats'. In die betekenis is het woord geen standaardtaal.

(8) Heb je al parking gevonden? [in België, geen standaardtaal]

(9) U kunt bij dat appartement ook een parking huren. [in België, geen standaardtaal]

Zie ook

Betalend / betaald parkeren
Fileparkeren / insteken / parkeren
Stationeren / parkeren

Bronnen

Hendrickx, R. Parking. Geraadpleegd op 17 maart 2011 via http://www.vrt.be/taal/parking.

Naslagwerken

 

parking

Grote Van Dale (2005)

parkeerterrein, parkeergarage

Van Dale Hedendaags Nederlands (2006)

parkeerplaats, parkeergelegenheid

Verschueren (1996)

Inz. Z.N. parkeerterrein of parkeergarage

Koenen (2006)

Parkeergarage, parkeerterrein

Woordenboek Correct Taalgebruik (2004), p. 205

(minder gebr. voor:) parkeerplaats, parkeerruimte, parkeerterrein,
parkeergarage; het parkeren

Correct Taalgebruik (2006), p. 194

Naast parkeren (de activiteit) beschikken we over concrete benamingen als parkeerplaats, parkeervak, parkeerruimte, parkeerterrein, parkeergarage, en samenstellingen: parkeerkaart, parkeerwachter, parkeermeter. (…) Parking, dat vroeger niet tot de standaardtaal werd gerekend, is nu ook in Nederland niet ongebruikelijk. Het komt wel bijna overwegend voor in eigennamen en bijna nooit in gewone samenstellingen. In samenstellingen blijft een combinatie met parkeer- het gebruikelijkst.

Taalwijzer (2000), p. 256

[bij parkeerplaats] Ook parking (m) is thans ingeburgerd (…) al noemt Verschueren het nog Zuid-Nederlands.

 

Stijlboek VRT (2003), p. 188

[wordt afgekeurd] Algemeen Nederlands zijn: parkeerplaats, parkeerterrein, parkeerruimte, parkeergarage.

Vlaams-Nederlands woordenboek (2003)

Parkeerterrein, parkeergarage, parkeerplaats, parkeergelegenheid

Het Witte Woordenboek Nederlands (2007)

Vooral BN parkeerterrein, parkeergebouw, parkeerruimte, parkeerstrook, parkeerhaven

Prisma Handwoordenboek Nederlands (2009)

1. Vooral BN parkeerterrein, parkeergebouw, parkeerruimte, parkeerstrook, parkeerhaven

2. BN, schrijftaal het parkeren