Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Zeker en vast / vast en zeker

Vraag

Wat is correct: vast en zeker of zeker en vast?

Antwoord

Beide volgordes zijn correct. Vast en zeker is standaardtaal in het hele taalgebied. Zeker en vast is standaardtaal in België. Vast en zeker en zeker en vast betekenen niet helemaal hetzelfde.

Toelichting

De idiomatische combinatie vast en zeker, die standaardtaal in het hele taalgebied is, wordt in België ook vaak in de omgekeerde volgorde gebruikt. Zeker en vast behoort tot de standaardtaal in België.  

(1) 'Jij wilt vast en zeker ook wel een chocolaatje?', vroeg mama aan Martijntje.

(2) Van echte paniek kunnen we niet spreken, maar enige onrust heerste er zeker en vast. [standaardtaal in België]

In België wordt zeker en vast vooral gebruikt om een stelling te bekrachtigen of de vraag van de voorgaande spreker bevestigend te beantwoorden ('zekerheid'). Vast en zeker wordt in België ook in die betekenis gebruikt, maar er kan ook een grote waarschijnlijkheid mee uitgedrukt worden. Vast en zeker kan dan vervangen worden door (zeer) waarschijnlijk, vast (wel), allicht. De betekenissen 'zeker' en 'heel waarschijnlijk' zijn niet altijd scherp afgelijnd: soms zijn beide interpretaties mogelijk en moet uit de context blijken wat bedoeld is.

(3) Ik was zeker en vast ('zeker, ongetwijfeld') gekomen als ik een uitnodiging had gekregen. [standaardtaal in België]

(4) Het proces zal vast en zeker ('zeker' of 'zeer waarschijnlijk') nog een vervolg krijgen voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg.

In Nederland is zeker en vast ongebruikelijk. Meestal wordt er een van de volgende woorden gebruikt om zekerheid uit te drukken: zeker, absoluut, beslist. Nederlanders gebruiken vast en zeker doorgaans om een sterk vermoeden of een (grote) waarschijnlijkheid uit te drukken. Vast en zeker kan dan vervangen worden door zeer waarschijnlijk, vast (wel), allicht.

(5) Maak je niet druk; het komt vast en zeker ('vast wel') weer goed.

Zie ook

Alleszins
Allicht / wellicht

Bronnen

Taaltelefoon (2004). Zeker en vast / vast en zeker. Geraadpleegd op 2 april 2009 via http://www.taaltelefoon.be.

Snel, B. (2007). Zeker en vast = vast en zeker? De Vlaamse en de Nederlandse variant. Over taal, 46, nr. 5, 122-123.

Naslagwerken

 

vast en zeker

zeker en vast

Grote Van Dale (2005)

[bij vast] II (bw. van modaliteit) (…) vast en zeker, (alg.Belg.N.) zeker en vast
[bij zeker] I (bn. (…)) 3 (…) vast en zeker, (alg.Belg.N.) zeker en vast

[bij vast] II (bw. van modaliteit) (…) vast en zeker, (alg.Belg.N.) zeker en vast
[bij zeker] I (bn. (…)) 3 (…) vast en zeker, (alg.Belg.N.) zeker en vast

Van Dale Hedendaags Nederlands (2006)
[bij vast] vast en zeker wis en waarachtig!
[bij zeker] vast* en zeker2

-

Verschueren (1996)

[bij vast] 8. zeker, stellig (…) – en zeker
[bij zeker] B. bw. 1. stellig, ongetwijfeld, beslist (…) – en vast, Z.N. vast en zeker

Koenen (2006)

[bij vast] 1 zeker, stellig (…) ~ en zeker
-

Kramers (2000)

[bij vast] 11 stellig (…) ~ en zeker
[bij zeker] 2 stellig, vast, onbetwijfelbaar (…) vast en ~

[bij zeker] 2 stellig, vast, ontwijfelbaar (…) ZN ~ en vast stellig

Woordenboek Correct Taalgebruik (2004), p. 326

-

[bij zeker, wordt afgekeurd] - en vast, vast en -

Stijlboek VRT (2003), p. 275

-

Bruikbaar Belgisch Nederlands voor: vast en zeker.

Vlaams-Nederlands woordenboek (2003)

-

Zeker en vast, vast en zeker

Het Witte Woordenboek Nederlands (2007)

[bij vast] II bijw. 1 stellig: ~ en zeker
[bij zeker] I bn. 2 stellig, vast, onbetwijfelbaar: vast en ~, BN: ~ en vast stellig