Wat is juist: Je kunt ons kantoor enkel via de hoofdstraat bereiken of Je kunt ons kantoor alleen via de hoofdstraat bereiken?
De synonieme bijwoorden enkel en alleen zijn allebei correct, maar er is een gebruiksverschil. Alleen is de neutrale vorm in het hele taalgebied. Enkel wordt door sommige taalgebruikers in België en Nederland als informeel beschouwd, door anderen als formeel.
De bijwoorden enkel en alleen betekenen allebei 'slechts, louter, uitsluitend'. Alleen is zowel in België als in Nederland neutraal taalgebruik. Enkel wordt door sommige taalgebruikers als formeel beschouwd, en door anderen dan weer als informeel.
(1) Je kunt dit computerspel enkel online spelen.
(2) Bij een eerste date hebben veel mannen echt niet enkel oog voor het uiterlijk.
(3) Dit boek is niet enkel een aanrader voor kinderen.
(4) Niet alleen de Belgen houden van lekker eten.
(5) Ze wil alleen nog tennissen voor de lol.
De beide bijwoorden worden soms ook gecombineerd met maar: alleen maar, enkel maar.
(6) Zulk lekker eten vind je volgens hem alleen maar in Azië.
(7) Dit nieuwe automodel heeft enkel maar voordelen.
De combinatie enkel en alleen ('uitsluitend') is tautologisch, maar algemeen aanvaard als vaste combinatie.
(8) Inschrijven kan enkel en alleen als u geslaagd bent voor het toelatingsexamen.
Hendrickx, R. Enkel. Geraadpleegd op 31 juli 2009 via http://www.vrt.be/taal/enkel.
| enkel | alleen | |
| Grote Van Dale (2005) | II (bw.) 2 niet dan, syn. alleen, slechts: ik heb enkel haar gezien; hij doet het enkel om mij te plagen; een bos van enkel beuken | II (bw.) uitsluitend, slechts, enkel (nadruk op het bepaalde zinsdeel) |
| Van Dale Hedendaags Nederlands (2006) | 2 alleen | [bw.] 1 niet anders dan, syn. enkel, enkel en alleen, slechts, uitsluitend |
| Koenen (2006) | III bw alleen, slechts, louter: het is ~ onwil | II bw 1 slechts |
| Correct Taalgebruik (2006), p. 76 | Hoewel enkel synoniem is met slechts, alleen en alleen maar, zijn deze laatste woorden frequenter in verzorgde schrijftaal. | - |
| Woordenboek correct taalgebruik (2004), p. 78 | (bw.) er was – de vader, (minder gebr. naast:) slechts, alleen (maar) de vader was er; niet – dit, (minder gebr. naast:) niet alleen dit. | - |
| Stijlboek VRT (2003), p. 82 | Formeel en schrijftalig. Liever: (alleen) maar. | - |
| Vlaams-Nederlands woordenboek (2003) | (bw.) alleen maar, slechts | - |
| Het Witte Woordenboek Nederlands (2007) | bijw vooral BN alleen, slechts | II bijw 1 slechts |