Wat is juist: Ik heb een baan met veel verantwoordelijkheden of Ik heb een job met veel verantwoordelijkheden?
Zowel job als baan is standaardtaal in het hele taalgebied. Job wordt vaker in België gebruikt, baan vaker in Nederland. Vooral in Nederland heeft job een informeel karakter.
In de betekenis van 'werkkring' of 'betrekking' is zowel job als baan correct. Job komt vooral in België frequent voor, maar is ook in Nederland niet onbekend. Het heeft daar – veel meer dan in België – een informeel karakter. Baan is het meest gangbare woord in Nederland.
(1) Wij bieden u een vaste baan / job met doorgroeimogelijkheden binnen het bedrijf.
(2) Volgende maand ben ik misschien werkloos, dus ik moet snel een andere baan / job zoeken.
(3) Vind je dat je een leuke baan / job hebt?
Jobstudent / werkstudent / vakantiewerker
| baan | job | |
| Grote Van Dale (2005) | 13 werkkring waarin men betrokken is | 1 betrekking, baan, werkkring |
| Van Dale Hedendaags Nederlands (2006) | 1 betrekking | 1 betrekking, baan 2 karwei, klus |
| Verschueren (1996) | B. Uitbr.2. baantje, betrekking | 1. Algm. baan, betrekking (…). 2. Z.N. bijbaantje, inz. als bijverdienste van een student. 3. karwei, klus |
| Koenen (2006) | 9 betrekking | 1 baan, betrekking 2 karwei, klus |
| Kramers (2000) | 4 werkkring, betrekking | 1 baantje; werkkring 2 ZN bijbaan, nevenfunctie, inz parttimebaan van een student |
| Woordenboek Correct Taalgebruik (2004), p. 130 | - | [wordt afgekeurd] bijbaantje. – wel: baan, betrekking; klus, karwei |
| Correct Taalgebruik (2006), p. 124 | - | Het woord job is correct, maar let op de vele andere woorden, die soms duidelijker zijn: baan, bijbaan, vakantiebaantje, nevenfunctie, werkkring, betrekking, klus, karwei. Over het algemeen wordt in België job meer gebruikt dan in Nederland. |
| Taalwijzer (2000), p. 51 | 4) In de betekenis van betrekking, werk is baan heel gangbaar | - |
| Stijlboek VRT (2003), p. 130 | - | Job behoort tot de informele taal. In een journalistieke tekst zijn andere woorden beter op hun plaats: baan, werk, betrekking, functie, beroepsactiviteit. Dat geldt ook voor samenstellingen: banenverlies, banenmarkt, werkaanbiedingen. In de vakantie nemen studenten een vakantiebaantje. Job heeft soms de bijbetekenis van ondankbaar of lastig werk, karwei. |
| Vlaams-Nederlands woordenboek (2003) | - | baan, functie |