Wat is correct: kredietkaart of creditcard?
Allebei de woorden zijn correct. Creditcard is standaardtaal in het hele taalgebied. Kredietkaart is standaardtaal in België.
Een elektronische kaart waarmee de houder op krediet betalingen kan verrichten, noemt men een creditcard of een kredietkaart. Het eerste woord is standaardtaal in het hele taalgebied. In België is kredietkaart het gebruikelijkst.
(1) Tijdens onze vakantie in Spanje werd mijn creditcard gestolen, maar gelukkig hebben ze mijn rekening niet geplunderd.
(2) Ze vond dat een kredietkaart voor haar zus veel te gevaarlijk zou zijn. [standaardtaal in België]
| creditcard | kredietkaart | |
| Grote Van Dale (2005) | elektronische kaart waarmee betalingen op krediet kunnen worden verricht, syn. kredietkaart | 1 creditcard, tgov. debetkaart |
| Van Dale Hedendaags Nederlands (2002) | 1 kaart waarmee men op krediet kan kopen |
1 pasje dat in combinatie met de handtekening van de houder / houdster machtiging verleent tot het afschrijven van het te betalen bedrag van zijn of haar rekening, syn. creditcard
|
| Verschueren (1996) | geplastificeerde kaart waarmee de houder tot een bepaalde limiet betalingen kan verrichten bij bedrijven die zijn aangesloten bij de organisatie die de kaart uitgeeft. Vgl. kredietkaart | kaart waarmee de houder, op voorwaarde van regelmatige stortingen, op krediet recht heeft op goederen en diensten tot een bepaald bedrag |
| Koenen (1999) | kaart op vertoon waarvan de houder kan kopen, gebruik kan maken van restaurants en hotels met betaling achteraf door de verstrekker vd card; kredietkaart | creditcard |
| Kramers (2000) | kaart op vertoon waarvan men op krediet kan kopen, eten in restaurants, overnachten in hotels e.d. | - |