Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Hopende / hopend

Vraag

Wat is correct: Hopende op een goede afloop, wachtten we vol spanning af of Hopend op een goede afloop, wachtten we vol spanning af?

Antwoord

Zowel hopend als hopende is correct. De vorm zonder -e is het gebruikelijkst.

Toelichting

Hopend(e) is een tegenwoordig deelwoord. Tegenwoordige deelwoorden worden gevormd door achter de infinitief -d of -de te zetten. De vorm op -d is meestal het gebruikelijkst.

(1a) De verdachte wachtte vol spanning af, hopend dat het oordeel van de jury mild zou zijn.

(1b) De verdachte wachtte vol spanning af, hopende dat het oordeel van de jury mild zou zijn.

(2a) Zolang het onderzoek lopend is, kunnen we geen informatie geven.

(2b) Zolang het onderzoek lopende is, kunnen we geen informatie geven.

(3a) Hij is een man met een groot ego, altijd schreeuwend om aandacht.

(3b) Hij is een man met een groot ego, altijd schreeuwende om aandacht.

(4a) Wat ging er in je om, wetend dat er iets aan de hand was?

(4b) Wat ging er in je om, wetende dat er iets aan de hand was?

(5a) In de eerste helft van de wedstrijd waren beide teams nog zoekend.

(5b) In de eerste helft van de wedstrijd waren beide teams nog zoekende.

In sommige uitdrukkingen en vaste combinaties komt echter alleen de vorm op -de voor, bijvoorbeeld: dit gezegd zijnde, lopende het onderzoek, al doende leert men, ziende blind zijn, ijs en weder dienende ('als alles meezit').

Een formulering met een tegenwoordig deelwoord kan soms wat formeel en ouderwets overkomen, vooral in vaste formules in brieven. Als alternatief voor hopend(e) kan bijvoorbeeld een formulering met wij hopen, ik hoop of in de hoop (dat) gebruikt worden.

(6a) Hopend(e) u daarmee van dienst te zijn, sturen wij u onze brochure. (formeel)

(6b) Wij hopen u met deze brochure van dienst te kunnen zijn.

Zie ook

Betreffende / desbetreffende minister
Bijgaand vindt u
Geboren in Gent, heeft deze tenor ...

Naslagwerken

ANS (1997), p. 67 of online via de E-ANS; Schrijfwijzer (2012), p. 442; Van Dale Taalhandboek Nederlands (2011), p. 53