Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Forfait geven / verstek laten gaan

Vraag

Is forfait geven correct?

Antwoord

Ja, forfait geven ('wegblijven, niet komen opdagen') is standaardtaal in België. Standaardtaal in het hele taalgebied is in deze betekenis onder andere verstek laten gaan.

Toelichting

Als een persoon of een ploeg voor een sportwedstrijd niet komt opdagen of om de een of andere reden niet kan spelen of moet opgeven, dan spreekt men in de standaardtaal in België van forfait geven. De tegenpartij wordt dan automatisch winnaar.

(1) De herenploeg moest zelfs forfait geven. [standaardtaal in België]

(2) Sabrina moest forfait geven, omdat ze mazelen had. [standaardtaal in België]

De uitdrukking komt vooral in sporttaal voor, maar ze wordt af en toe ook in andere contexten gebruikt.

(3) Ans moest op het laatste ogenblik forfait geven en reed dus niet met ons mee naar de speelgoedbeurs in Münster. [standaardtaal in België]

(4) Wat hij niet zegt, is dat de netwerkcomputers allemaal samen forfait geven als de centrale servers uitvallen. [standaardtaal in België]

Standaardtaal in het hele taalgebied zijn uitdrukkingen als verstek laten gaan en het laten afweten en werkwoorden als zich terugtrekken, wegblijven, opgeven, afzeggen en niet komen opdagen, niet opkomen.

(5) Ik moet helaas verstek laten gaan voor onze vergadering van overmorgen.

(6) Samantha heeft het laten afweten, omdat ze de waterpokken had.

(7) Isabelle moest wegens ziekte afzeggen en ging dus niet met ons mee naar het festival in Bilzen.

(8) De damesploeg is ook al niet komen opdagen.

Bijzonderheid

Standaardtaal in België zijn ook samenstellingen als forfaitcijfers, forfaitscore en forfaitzege. Een ploeg wint met forfaitcijfers als de eindscore van de wedstrijd 5-0 is. Vaak gaat het om een wedstrijd waarbij een partij niet is komen opdagen en daarom automatisch verloren heeft.

(9) Thulin kwam niet opdagen in zijn eerste wedstrijd, wat een forfaitzege voor SD Halen betekende. [standaardtaal in België]

(10) De eerste ploeg won met klinkende forfaitcijfers de eerste officiële competitiewedstrijd. [standaardtaal in België]

(11) De UEFA besliste de overwinning tegen Rusland om te zetten in een forfaitscore omdat de Russen een niet-gekwalificeerde speler hadden opgesteld. [standaardtaal in België]

Naslagwerken

 

forfait geven

verstek laten gaan

Grote Van Dale (2005)

[bij forfait] 2 (Belg.N., sportt.) forfait geven [leenvertaling van Fr. déclarer forfait], niet komen opdagen (waarbij de tegenpartij automatisch overwinnaar wordt)

[bij verstek] verstek laten gaan, niet verschijnen (ook buiten de rechtstaal), (fig.) niet optreden waar dat verwacht kan worden

Van Dale Hedendaags Nederlands (2006)

[bij forfait] (Belg.) forfait geven niet komen opdagen bij een wedstrijd, waardoor de tegenstander automatisch overwinnaar wordt

[bij verstek] verstek laten gaan niet verschijnen

Verschueren (1996)

[bij forfait] 2. Z.N. verstek, afwezigheid op een afspraak. Gez. inz. Sport. - geven, niet opkomen of zich terugtrekken.

[bij verstek] - laten gaan, als gedaagde niet verschijnen voor de rechter, of Fig. niet verschijnen waar men aanwezig zou moeten zijn

Koenen (2006)

-

[bij verstek] 1 (…) ~ laten gaan (als gedaagde) niet verschijnen (voor de rechter)

Kramers (2000)

[bij forfait] 4 ZN (…) ~ geven verstek laten gaan

[bij verstek] ~ laten gaan niet voor de rechter verschijnen, bij uitbreiding ergens niet komen opdagen

Woordenboek correct taalgebruik (2004), p. 86

[bij forfait, wordt afgekeurd] - geven, verklaren, niet opkomen voor een wedstrijd, (niet alleen in sportt.) verstek laten gaan

-

Taalwijzer (1998), p. 351

[bij verstek, wordt afgekeurd] niet: forfait geven of verstek geven

[bij verstek] laten gaan is correct en betekent: niet komen opdagen, niet verschijnen waar men verwacht werd

Stijlboek VRT (2003), p. 90

Bruikbaar Belgisch Nederlands, ontstaan onder invloed van het Frans. Niet weg te denken uit de Belgische sporttaal. Alternatieven zijn: (…) De ploeg heeft verstek laten gaan.

-

Vlaams-Nederlands woordenboek (2003)

[bij forfait] forfait geven, niet opkomen of zich terugtrekken, verstek laten gaan

-