Is solden correct?
Nee, solden is geen standaardtaal. Standaardtaal zijn onder meer koopjes, opruiming en uitverkoop.
De verkoop van overgebleven of overtollige goederen tegen een verminderde prijs evenals de periode waarin die verkoop geschiedt, noemt men in de standaardtaal opruiming (seizoen(s)opruiming, verbouwingsopruiming, voorjaarsopruiming, zomeropruiming enz.), uitverkoop (winteruitverkoop, zomeruitverkoop enz.) of koopjes (ook wel koopjesperiode).
(1) (in een advertentie:) Grandioze opruiming in al onze filialen!
(2) Vanaf volgende week is er uitverkoop bij Zara.
(3) In onze winkel zijn de koopjes al begonnen.
Datgene wat tegen verminderde prijs aangeboden wordt, wat men goedkoop of voordelig kan krijgen, wordt zelf ook een koopje genoemd.
(4) De bejaarde dames waren al de hele dag op jacht naar koopjes.
In België wordt geregeld het woord solden gebruikt (gewoonlijk in het meervoud). Solden kan zowel op de aanbiedingen zelf slaan als op de periode waarin handelaars hun restanten tegen verminderde prijs verkopen. Solden is geen standaardtaal.
(5) Bij C&A zijn er vandaag echte solden. (in België, geen standaardtaal)
(6) Volgende week beginnen de solden. (in België, geen standaardtaal)
In België wordt bij stopzetting van handelsactiviteiten (bijvoorbeeld wegens het einde van een huurcontract of bij faillissement) ook wel totale uitverkoop gebruikt; in Nederland gebruikt men in dat geval naast faillissementsuitverkoop of faillissementsopruiming geregeld totale leegverkoop (ter onderscheiding van een tijdelijke (seizoens)uitverkoop).
| solden | koopjes | |
| Grote Van Dale (2005) | (Belg.N., spreekt.) 1 seizoenopruiming, uitverkoop 2 koopjes; - ramsjgoed | [bij koopje] 1 handeling of gelegenheid waarbij de koper een naar zijn mening zeer voordelige zaak doet, waarbij hij iets goedkoop verwerft 2 wat men voordelig gekocht heeft (…) |
| Van Dale Hedendaags Nederlands (2002) | 1 (Belg., inf.) seizoenopruiming | [koopje: 1 hetgeen men voordelig koopt] |
| Verschueren (1996) | [bij solde] Z.N. 1. overgebleven waar, restant. 2. uitverkoop, opruiming. | [bij koop] 2 (…) een -je aan iets hebben, het goedkoop gekocht hebben |
| Koenen (1999) | - | [bij koopje] iets dat niet duur is |
| Kramers (2000) | [bij solde] ZN 1 overgebleven waar die tegen verminderde prijs verkocht wordt, restant; koopje; prijsverlaging; prijsvermindering; 2 soldes uitverkoop, opruiming; balansopruiming (aan het einde van het boekjaar) | [bij koopje] voordelige aanbieding of koop |
| Correct Taalgebruik (2001), p. 227 | [bij soldes, wordt afgekeurd] Handelszaken ruimen geregeld hun restanten op tegen verlaagde prijzen, o.m. aan het einde van het seizoen. Naar het Frans (soldes) gebruiken sommigen in België het niet-Nederlandse woord 'solden'. | - |
| Woordenboek correct taalgebruik (2004), p. 251 | [bij solden, soldes, wordt afgekeurd] uitverkoop, (seizoen)opruiming; koopjes(periode), restanten. | - |
| Taalwijzer (1998), p. 246, 188 | [bij opruiming, wordt afgekeurd] is de verkoop tegen sterk verminderde prijzen; we kennen o.a.: seizoen(s)opruiming, voor- en najaarsopruiming, inventarisopruiming (niet: solden) | [bij koopje] is iets dat zeer goedkoop gekocht wordt (bijv. tijdens een opruiming of uitverkoop); ook spotkoop(je) is gebruikelijk. |
| Stijlboek VRT (2003), p. 217 | [wordt afgekeurd] Leenvertaling uit het Frans. Algemeen Nederlands zijn: koopjes, opruiming. Nederlandse zaken houden een winter- en een zomeropruiming. | - |
| Vlaams-Nederlands woordenboek (2003) | uitverkoop, (seizoen)opruiming | - |