Is opendeurdag correct?
Ja, opendeurdag is standaardtaal in België. Standaardtaal in het hele taalgebied is open dag.
In de standaardtaal spreekt men van een open dag wanneer een bedrijf, een school of een vereniging gelegenheid biedt om kennis te maken met de interne gang van zaken. Ook open huis komt voor.
(1) Op de open dag van voetbalclub STVV werden de nieuwe spelers aan het publiek voorgesteld.
(2) Er kwam veel volk naar de openhavendag.
(3) Volgende week dinsdag houden we open huis.
Standaardtaal in België is daarnaast in dezelfde betekenis opendeurdag. Opendeurdag is in België het meest gebruikelijke woord, maar ook open dag komt er voor.
(4) De opendeurdag duurt van twaalf tot zes. [standaardtaal in België]
| opendeurdag | open dag | |
| Grote Van Dale (2005) | 1 (alg.Belg.N.) dag waarop het publiek een bedrijf, school e.d. vrij mag bezichtigen, syn. open dag | [bij open] 2 (...) (een) open dag of huis - (bij het leger) gelegenheid voor belangstellenden en familieleden van de rekruten om de kazernes te bezoeken en zich op de hoogte te stellen van de omstandigheden waaronder zij leven, de voeding enz. - (vervolgens ook bij andere instellingen, bv. van de overheid) gelegenheid voor het publiek om het gebouw waarin voor het publiek bestemde werkzaamheden worden verricht enz. te bezichtigen en daar informatie over te krijgen |
| Van Dale Hedendaags Nederlands (2002) | 1 (Belg.) open dag van een school, bedrijf e.d. | [bij dag] een open dag2 kijkdag bij een instelling of in een gebouw |
| Verschueren (1996) | Z.N. open dag | [bij dag] open - (of open huis), dag waarop iedereen een school, bedrijf enz. vrij mag bezichtigen, Syn. publieksdag |
| Koenen (1999) | - | [bij open] ~ dag, ~ huis (…) dag voor bezoekers, om deze inzicht te bieden in de werkwijze |
| Correct Taalgebruik (2001), p. 182 | [wordt afgekeurd] Wanneer een bedrijf, een school of een vereniging gelegenheid biedt om kennis te maken met de interne gang van zaken, wordt er een open dag gehouden. | - |
| Woordenboek correct taalgebruik (2004), p. 193 | [wordt afgekeurd] (b.v. van een school) open dag; informatiedag (infodag, zie aldaar); publieksdag, open huis | - |
| Taalwijzer (1998), p. 243 | [bij open huis, open dag houden] in Vlaanderen geniet opendeur(dag) de voorkeur | [bij open deur, open dag houden] zijn allebei gebruikelijk |
| Stijlboek VRT (2003), p. 182 | Leenvertaling uit het Frans, maar algemeen gebruikt in het Belgische Nederlands. Liever: open dag. | - |
| Vlaams-Nederlands woordenboek (2003) | open dag | - |