Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Klemtoonteken (algemeen)

Wanneer schrijven we een klemtoonteken?
Welke letters krijgen een klemtoonteken?

Als klemtoonteken, om aan te duiden dat een bepaalde klank een sterke klemtoon krijgt, gebruiken we het accentteken ´ (accent aigu). In 'Barrières doorbreken, dat is dé methode om carrière te maken, hè' is alleen het teken op een klemtoonteken. Alle andere accenttekens zijn uitspraaktekens.

De Woordenlijst schrijft als klemtoonteken het accent aigu voor. Het accent grave ` (zoals in scène) geldt alleen als uitspraakteken en geeft niet aan dat een klinker extra beklemtoond wordt. Het accent aigu kan overigens ook nog steeds als uitspraakteken fungeren, bijvoorbeeld in procedé, employé enzovoort.

Klemtoonteken (Leidraad 5.1)


Wanneer schrijven we een klemtoonteken? Top

Klemtoontekens op klinkers en tweeklanken voorkomen dat de lezer de zin verkeerd leest of begrijpt.

(1a) We hadden gehoopt dat de administratie nu vlotter zou verlopen, maar met deze adresseermachine kunnen we nooit méér adressen afdrukken. (De machine zal geen grotere hoeveelheid adressen kunnen afdrukken.)

(1b) We hadden gehoopt dat de administratie nu vlotter zou verlopen, maar met deze adresseermachine kunnen we nooit meer adressen afdrukken. (De machine werkt niet meer.)

Als dit gevaar voor foutieve interpretatie niet dreigt, zijn klemtoontekens niet nodig. De lezer zal dan door de context de klemtoon juist leggen, ook al staan de klemtoontekens er niet. Om woorden met elkaar te contrasteren, worden er wel vaak klemtoontekens gebruikt, maar echt noodzakelijk is dat niet.

(2) Drink jij koffie mét (met) of zónder (zonder) suiker?

(3) Kom jij vóór (voor) of ná (na) het eten?

Het is aan te raden om spaarzaam om te springen met klemtoontekens. Te veel klemtoontekens maken de tekst schreeuwerig en visueel onrustig.


Welke letters krijgen een klemtoonteken? Top

Klanken die met twee letters worden geschreven, krijgen twee accenten, bijvoorbeeld: máát, héél, vóór, dúúr, zéúren, níét, móét, fláúw, nóú, kléín, erúít.

Ook de tweeklank ij krijgt twee accenten, maar het is moeilijk om met een tekstverwerker het letterteken j een accent te geven. Het tweede klemtoonteken vervalt daarom meestal: blíjf, míj, zíj, wíjten.

Bij opeenvolging van drie beklemtoonde letters in dezelfde lettergreep krijgen alleen de eerste twee letters een klemtoonteken, bijvoorbeeld: móói, frááie, ééuw.

Op hoofdletters komen geen accenten, behalve als het hele woord in hoofdletters is geschreven: Eén is geen; ÉÉN IS GEEN.

Eén / een van de
Eénoudergezin /eenoudergezin
Eensgezinswoning / eengezinswoning
Vóór / voor

Naslagwerken

Alles over leestekens (1997), p. 118-119; NBN Z 01-002 (2002), p. 3; NEN 3162, p. 14; Stijlboek Volkskrant (2002), p. 14; Schrijfwijzer (2005), p. 313; Taalboek Nederlands (2003), p. 393; Woordenlijst (2005)