Taaladvies.net
U bent hier:
taalunieversum
»
taaladvies
Taaladvies
Alfabetische lijst
0-9
·A·
B
·
C
·
D
·
E
·
F
·
G
·
H
·
I
·
J
·
K
·
L
·
M
·
N
·
O
·
P
·
Q
·
R
·
S
·
T
·
U
·
V
·
W
·
X
·
Y
·
Z
Algemene teksten
Aaneenschrijven van telwoorden (algemeen)
Aaneenschrijven van voornaamwoordelijke bijwoorden (algemeen)
Afgeleide zelfstandige naamwoorden op -name en -neming (algemeen)
Afkortingen: gebruik (algemeen)
Afkortingen: spelling (algemeen)
Vraag en antwoord
A la cartevakantie / à-la-cartevakantie
A rato van
A-technisch / atechnisch
A4-tje / A4'tje
Aambeeld / aanbeeld
Aan / à / tegen / voor (bij prijsaanduiding)
Aan het taart eten / taart aan het eten
Aanbrengen aan / in (wijzigingen -)
Aandacht trekken op / aandacht vestigen op
Aandraven (komen - met)
Aanduiden / aanstellen, benoemen
Aangewezen / raadzaam
Aanhalingstekens en cursivering bij titels
Aanmoeten / aan moeten
Aanname
Aantal (een - mensen waren / was)
Aanvraag om / tot / voor
Aapie / aappie / apie
Abonnement afsluiten / nemen
Abstractie maken van / buiten beschouwing laten / niet in aanmerking nemen
Acht uur zeventien / zeventien over acht / dertien voor halfnegen
Achter / voor de streep
Acquisiteren / acquireren
Acteren ('akte nemen van')
Actief / naam / conto (op zijn - hebben, schrijven)
Ad / à € 50,-
Ad random / at random
Ad. / ad
Adoptiefkind / adoptiekind
Adressering aan bedrijven en instellingen
Adressering aan gehuwden of samenwonenden
Adressering aan twee vrouwen of twee mannen
Advocaat-generaals / advocaten-generaal
Afdanken / ontslaan
Afdeling Financiën (hoofdletters?)
Afgelopen / verleden / vorige week
Afhouding / inhouding
Afkomen / langskomen
Aflassen / aflasten / afgelasten
Afleveren / afgeven / uitreiken (een diploma -)
Afluisteren / beluisteren (een antwoordapparaat -)
Afneming / afname
Afspraak (op / na / volgens -)
Aftrekker / vloerwisser / (vloer)trekker
Afwisseling in woordkeuze
Afwisseling van werkwoordstijden
AIO / A.I.O. / a.i.o. / aio
Ajaxied / Ajacied
Akkoord zijn / gaan met
Al weer / alweer
Algemeen (in / over het -)
Alinea's maken
Alinea's markeren
Alinea's van één zin
Alinea-inhoud
Alineagrenzen
Allang / al lang
Alle / al het / al de
Alle vier (de) eilanden
Allergisch aan / voor
Alles dat / wat
Allesbehalve / alles behalve
Alleszins
Alletwee / alle twee, alledrie / alle drie
Alloceren (uitspraak)
Alphen Aan Den Rijn / Alphen aan den Rijn
Als / of (ik zal kijken - zij er is)
Als / zoals
Als eerste
Als je van de trap valt, (dan) ben je snel beneden
Als man zijnde / man zijnde / als man
Als ook / alsook
Alsmaar / almaar
Alumnus, alumni
Ambassade (hoofdletter?)
Amice / amices
Amsterdam-noord / Amsterdam-Noord
Analogie (naar - met / van)
Anderhalf jaar (in de / het afgelopen -)
Animatie
Apoteker / apotheker
Appèl / appel
Asielaanvrage / asielaanvraag
Auto-ongeluk (afbreking)
Autopsie (uitspraak)