Verkleinwoorden: spelling

Verkleinwoorden: spelling

Officiële spelling
Factoren die de spelling bepalen
Verkleinend achtervoegsel
Grondwoord
Vormvarianten
Uitspraakvarianten
Overzicht


Officiële spelling

De spelling van verkleinwoorden ligt meestal voor de hand, maar over een aantal kwesties bestaat geen zekerheid omdat het Groene Boekje geen volledig overzicht geeft van regels voor het spellen van verkleinwoorden. Bij veel woorden die in de woordenlijst van het Groene Boekje zijn opgenomen, is het verkleinwoord ook niet vermeld. Vooral bij Franse en Engelse leenwoorden is het daardoor vaak niet duidelijk hoe het verkleinwoord gespeld moet worden. In een aantal gevallen is de logica achter de verkleinwoorden die wel opgenomen zijn, niet doorzichtig.


Factoren die de spelling bepalen

De volgende factoren kunnen een rol spelen bij het spellen van een verkleinwoord:

  • het verkleinende achtervoegsel;
  • de vorm van het grondwoord;
  • de eventuele vormvarianten van het grondwoord;
  • de eventuele uitspraakvarianten van het grondwoord of van het verkleinwoord.


Verkleinend achtervoegsel

Het verkleinende achtervoegsel heeft invloed op de spelling van het verkleinwoord. Zo valt bij woorden op -ing de g weg als het achtervoegsel -kje wordt gebruikt (koninkje), maar niet als het achtervoegsel -etje is (leerlingetje). Sommige woorden kunnen meer dan één achtervoegsel krijgen. Het woord vlag bijvoorbeeld kan zowel vlaggetje als vlagje als verkleinwoord hebben.

Zie de E-ANSE-ANS voor de keuze van het verkleinende achtervoegsel.

Bloem: bloempje / bloemetje


Grondwoord

Er wordt voor de spelling van het verkleinwoord uitgegaan van de uitspraak van de eindletters van het grondwoord. Meestal valt de spelling van de eindletters samen met de uitspraak ervan. Bij sommige woorden is dat niet het geval. Zo geeft de lettercombinatie ot in het woord maillot niet de klank [ot] weer, maar [oo]. Ook de beklemtoning en het aantal lettergrepen van het grondwoord kunnen invloed hebben op de spelling van het verkleinwoord.

Sommige zelfstandige naamwoorden komen alleen als verkleinwoord voor (bijvoorbeeld roodborstje) of hebben een betekenis- of gebruiksverschil tussen het zelfstandig naamwoord en het verkleinwoord (bijvoorbeeld klontje in de betekenis ‘suikerklontje’). Deze zelfstandige naamwoorden worden diminutiva tantum genoemd. De diminutiva tantum worden volgens dezelfde principes gespeld als de gewone verkleinwoorden.

Zie de E-ANSE-ANS voor de soorten diminutiva tantum.


Vormvarianten

Sommige woorden op een toonloze e hebben een vormvariant zonder (d)e. Voorbeelden zijn sne(d)e, eind(e) en gild(e). Soms hebben deze woorden zowel een kort als een lang verkleinwoord (sneetje, snedetje), soms alleen een kort (eindje) en soms alleen een lang (gildetje).


Uitspraakvarianten

Sommige grondwoorden kunnen op verschillende manieren uitgesproken worden. Deze uitspraakvariatie kan van invloed zijn op de vorming en de spelling van het verkleinwoord. Een voorbeeld is het woord filet. De lettercombinatie et in dit woord kan als [e] of als [ee] worden uitgesproken. Als verkleinwoord is dan ook zowel filetje als fileetje te verdedigen.

Soms heeft het grondwoord maar één uitspraak en is er alleen uitspraakvariatie bij het verkleinwoord zelf. Ook deze uitspraakvariatie kan als gevolg hebben dat er verschillende verkleinwoorden naast elkaar voorkomen. Zo krijgt het woord operette het verkleinwoord operettetje als de eind-e van het grondwoord ook in het verkleinwoord wordt uitgesproken, maar operetje als de toonloze e in het verkleinwoord wegvalt.

Weergave van uitspraak (algemeen)

 

Overzicht

(algemeen)
Verkleinwoorden: hoofdregel voor de spelling
Verkleinwoorden: oma – omaatje, souvenir – souveniertje
Verkleinwoorden: bal – balletje
Verkleinwoorden: baby – baby’tje, gsm – gsm’etje
Verkleinwoorden: koning – koninkje
Verkleinwoorden: ragout – ragoutje; fetisj – fetisje
Verkleinwoorden: diner – dineetje
Verkleinwoorden: directoire – directoirtje, brunette – brunetje
Verkleinwoorden: karbonade – karbonaadje, tartuffe – tartuufje
Verkleinwoorden: pad – paadje
Verkleinwoorden van grondwoorden met vormvariant
Verkleinwoorden van bijzondere samenstellingen en woordgroepen
Verkleinwoorden op -ie
Verkleinwoorden van eigennamen
Verkleinwoorden: bijzondere gevallen
Verkleinwoorden: afgebroken vormen
Verkleinwoorden: voorbeeldenlijst

Naslagwerken

Woordenlijst (1995); Spellingwijzer Onze Taal (2002); Grote Van Dale op cd-rom (versie 1.2 Plus); Verschueren (1996); DigiTaalbaak (2000-1); ANS (1997), p. 654-661; Morfologisch handboek (1993), p. 9, 169, 236, 278-284; Schrijfwijzer (2002), p. 298-299, 309-310, 330-331; Vraagbaak Nederlands (2001), p. 74; Handboek spelling (2002), p. 55-56, 204-205, 273-274; Taalboek Nederlands (1997), p. 112-114; Handboek Verzorgd Nederlands (1996) , p. 105-109.

algemeen,niet-gepubliceerd,geen_categorie


tao_generiek (K)
55
n



0000
23 July 2008