Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Mankeren (ik mankeer / mij mankeert niets)

Vraag

Wat is correct: Ik mankeer niets of Mij mankeert niets?

Antwoord

Zowel Ik mankeer niets (met het onderwerp ik) als Mij mankeert niets (met het ondervindend voorwerp mij) is correct.

Toelichting

Het werkwoord mankeren is van oorsprong een werkwoord dat met een ondervindend voorwerp verbonden wordt. Als dat ondervindend voorwerp een persoonlijk voornaamwoord is, dan wordt daarvan de niet-onderwerpsvorm gebruikt, zoals hem of mij.

(1a) Mij mankeert niets.

(2a) Hem mankeert van alles.

(3a) De kinderen mankeert gelukkig niet veel.

In de voorbeeldzinnen hierboven zijn respectievelijk niets, van alles en niet veel het onderwerp. De persoonsvorm congrueert daarmee en staat dus in het enkelvoud.

Heel wat taalgebruikers interpreteren het ondervindend voorwerp in zulke zinnen echter als onderwerp, vooral als dat element aan het begin van de zin staat. Het persoonlijk voornaamwoord krijgt dan de onderwerpsvorm (zie (1b) en (2b)), en in een geval als (3b) congrueert de persoonsvorm met het meervoudige onderwerp.

(1b) Ik mankeer niets.

(2b) Hij mankeert van alles.

(3b) De kinderen mankeren gelukkig niet veel.

De a-zinnen en de b-zinnen bestaan als varianten naast elkaar; ze worden allemaal als grammaticaal correct beschouwd.

Zie ook

Congruentie bij een als onderwerp gevoeld indirect object (algemeen)

Betreuren (mij betreurt / ik betreur)
Ik pas deze schoenen niet / deze schoenen passen mij niet
In de weg leggen (we worden / ons wordt niets in de weg gelegd)
Verzoeken (De reizigers worden / wordt verzocht)
Wijzen op (bezoekers worden / wordt erop gewezen dat ...)

Naslagwerken

ANS (1997), p. 1166 of online via de E-ANS en p. 1410-1411 of online; Geschiedenis van het Nederlands in de twintigste eeuw (1999), p. 85-89; Onze Taal