Regels voor woordafbreking

Regels voor woordafbreking

Hoofdregel
Preciseringen
Beperkingen
Aanvullingen

Hoofdregel

Wij breken op het einde van de regel af op een lettergreepgrens. Als u twijfelt of er op een bepaalde plaats in het woord sprake is van een lettergreepgrens, dan kunt u het woord het best scanderend uitspreken.

Voorbeelden: door-zon-wo-ning, dou-a-ne, ge-lo-vi-ge, ge-uit, he-den, ka-mer, ver-lo-pen enzovoorts.

De andere regels zijn op te vatten als preciseringen van, beperkingen van en aanvullingen op deze hoofdregel.

Preciseringen

Als op een lettergreepgrens twee medeklinkertekens staan, moet het woord tussen die twee medeklinkers worden afgebroken. Voorbeelden: bot-sing, bur-ger, em-mer, oes-ter, pak-ken, pak-kans, van-gen enzovoorts.

ng (afbreking)
nk (afbreking)

Uitzondering op deze precisering is de ch. Die verhuist als geheel naar de volgende regel: ka-chel, loo-chenen, po-chen.

De klankcombinatie [ks] wordt soms voorgesteld door één letter, de x. Als de x tussen klinkers staat, mag voor of na de x niet worden afgebroken. Dus niet ex-emplaar of e-xemplaar, maar uitsluitend exem-plaar. Een vorm als ex-tra is wel mogelijk.

N.B.: De afbreking mag nooit tot een foute uitspraak leiden. In dat geval moet de lettergreepgrens verplaatst worden van de positie tussen twee medeklinkers naar bijvoorbeeld de positie voor de twee medeklinkers. Bijvoorbeeld: re-glement.

Maar de i, ij en y blijven voor het afbrekingsteken, ook al lijkt dat soms in tegenspraak met de scanderende uitspraak. Voorbeelden: zwaai-en, zij-ig, roy-aal.

Beperkingen

1. Een woord dat uit meer dan twee lettergrepen bestaat, breken we bij voorkeur af op de belangrijkste inhoudelijke grens. Voorbeelden: groot-vader (niet: grootva-der), on-behoorlijk (niet: onbe-hoorlijk), commissarissen-overleg (niet: commissa-rissenoverleg of commissaris-senoverleg of commissarisseno-verleg).

Nooit mag er zodanig worden afgebroken dat op een van beide regels slechts één letter overblijft, ook niet als die afbreking correspondeert met de inhoudelijke hoofdgrens in een woord. Die regel geldt ook als het desbetreffende woord deel uitmaakt van een samenstelling. Dus niet: a-specifiek, commissarisseno-verleg, e-missie, o-vergrootvader, radi-o enzovoorts.

N.B.: Toch maken sommigen geen bezwaar tegen een afbreking als a-specifiek, omdat de lettergreepgrens op de hoofdgrens binnen het woord ligt. Wij raden een dergelijke afbreking evenwel af.

2. Samenstellingen breken we altijd af op de grens van de samenstelling, ook als dat geen lettergreepgrens is. Voorbeelden: aard-appel (lettergreepafbreking: aar-dappel), kort-om (lettergreepafbreking: kor-tom), met-een (lettergreepafbreking: me-teen).

Als een vorm historisch gezien een samenstelling is, maar door de meeste taalgebruikers niet meer als zodanig wordt ervaren, wordt er ook wel afgebroken op de lettergreepgrens. Voorbeeld: el-kaar.

Elk-aar / el-kaar

3. Afleidingen met een achtervoegsel dat met een medeklinker begint of met de achtervoegsels -aard en -achtig, breken we af op de grens van het grondwoord en het voor- of achtervoegsel, ook als dat geen lettergreepgrens is. Voorbeelden: maat-je (lettergreepafbreking: ma-tje), maar wel oma-tje; voor-ste, maar wijs-te (lettergreepafbreking: wij-ste); laf-aard (lettergreepafbreking: la-faard); kramp-achtig (lettergreepafbreking: kram-pachtig).

N.B.: Soms zijn er dubbelvormen van het volgende type: ver-ste, (van ver) naast vers-te (van vers) of po-tje (van po) naast pot-je (van pot).

Afbreking voor achtervoegsels

4. Sommige leenwoorden zijn van oorsprong samenstellingen, maar voor de meeste hedendaagse taalgebruikers functioneren ze als enkelvoudige woorden. Dat blijkt ook uit de scanderende uitspraak. Bij dergelijke woorden breken we gewoon af op de lettergreepgrens. Voorbeelden: bios-coop, he-li-kop-ter (de afbreking op de etymologische samenstellingsgrenzen zou zijn: bio-scoop en he-li-ko-pter.

Bij andere leenwoorden zijn wij ons van dat samengestelde karakter nog wel bewust, wat ook blijkt uit de scanderende uitspraak: bio-sfeer. Natuurlijk mag u in bioscoop, als u die oorspronkelijke betekenis tot uitdrukking wilt brengen, ook afbreken voor de s.

Prognose (afbreking)
Wa-shing-ton / Was-hing-ton
Ra-cket / rac-ket

5. Afkortingen, cijferwoorden en letterwoorden worden nooit afgebroken. Dat geldt niet voor afleidingen en samenstellingen van cijfer- of letterwoorden. Bij afleidingen van cijfer- of letterwoorden (bijv. PvdA’er) vervalt de apostrof bij afbreking: PvdA-er. Voorbeeld van een samenstelling: 1000-jarig.

A4-tje / A4’tje

Als een letterwoord niet meer als zodanig wordt herkend, dan mag u natuurlijk wel afbreken: ra-dar.

6. Eigennamen worden bij voorkeur niet afgebroken. Dat geldt in het bijzonder voor buitenlandse eigennamen.

Aanvullingen

1. Diakritische tekens, zoals het trema en de apostrof, vervallen bij woordafbreking: reëel wordt re-eel; baby’tje wordt baby-tje.

Babietje / babytje / baby’tje

Ook het koppelteken wordt niet herhaald: mee-eten en niet: mee–eten.

Andere diakritische tekens worden heringevoerd: cafeetje wordt café-tje.

Het achterliggende principe is dat de oorspronkelijke woordvorm, die door de vorming van het verkleinwoord is ‘aangetast’, wordt hersteld.

Bij tal van aan het Frans ontleende woorden treden er veranderingen op. Bijvoorbeeld: souveniertje wordt souvenir-tje, dineetje wordt diner-tje. Ook hier wordt de oorspronkelijke woordvorm hersteld.

Wij raden daarom aan het afbreken van dergelijke woorden te vermijden, evenals het afbreken van aan het Engels ontleende woorden, als zich daar problemen voordoen, zoals bij de lettercombinaties sh en ck.

Naslagwerken

Woordenlijst (1995) , p. 26-29; Nieuwe Spellinggids (1997) , p. 22-24; Spellingwijzer Onze Taal (1998) , p. 119-123; Redactiewijzer (1997) , p. 41, 130-132; Alles over leestekens (1997) , p. 95-100; Schrijfwijzer (1995) , p. 169-172; Taalbaak 22;

algemeen,niet-gepubliceerd,geen_categorie


tao_generiek (K)
18
n



0000
16 November 2006