Doorbreking werkwoordelijke eindgroep

Doorbreking werkwoordelijke eindgroep

Ondoordringbaarheid van werkwoordelijke eindgroep
Uitzondering 1: bepalingen van gesteldheid
Uitzondering 2: werkwoordelijke uitdrukkingen
Aanvaardbaarheid van doorbreking

 

Ondoordringbaarheid van werkwoordelijke eindgroep

 

Als aan het eind van een bij- of hoofdzin verschillende werkwoordsvormen samen voorkomen, spreekt men van een werkwoordelijke eindgroep. Zo’n eindgroep vormt in principe een ondoordringbaar geheel. Dat wil zeggen dat er afgezien van enkele uitzonderingen tussen die werkwoordsvormen geen niet-werkwoordelijke elementen kunnen staan. Uitgesloten zijn bijvoorbeeld volgordes als:

 

(1a) Hij is morgen vast vergeten wat hij heeft vandaag beloofd. (uitgesloten)

(2a) Ik vraag mij af of dat wel is zo verstandig geweest. (uitgesloten)

 

Correct zijn de overeenkomstige zinnen met de bedoelde elementen vlak voor de werkwoordelijke eindgroep:

 

(1b) Hij is morgen vast vergeten wat hij vandaag heeft beloofd.

(2b) Ik vraag mij af of dat wel zo verstandig is geweest.

 

Er zijn in het algemeen Nederlands twee categorieën van uitzonderingen op de regel van de ondoordringbaarheid. De hierna genoemde elementen kunnen soms tussen de werkwoordelijke vormen in staan.

 

Uitzondering 1: Bepalingen van gesteldheid

 

Bijvoeglijke naamwoorden met de functie van bepaling van gesteldheid bij het hoofdwerkwoord kunnen in de eindgroep tussen de werkwoordelijksvormen staan. Het gaat meestal om een zogeheten bepaling van gesteldheid ten gevolge van de handeling, dat wil zeggen een bepaling die het resultaat van een handeling uitdrukt. Ook bij combinaties van een bijvoeglijk naamwoord met het werkwoord maken (bijv. bang maken, duidelijk maken, mogelijk maken) komt doorbreking voor. Voorbeelden zijn:

 

(3a) Getuigen verklaarden tegenover de politie dat enkele jongeren de zwerver hadden verrot geslagen.

(4a) Ik had gehoopt dat ze het hekje eindelijk eens zouden rood verven.

(5a) Ze vond dat hij haar dat eerst maar eens moest duidelijk maken.

 

Uitzondering 2: werkwoordelijke uitdrukkingen

 

Ook elementen die samen met het hoofdwerkwoord een werkwoordelijke uitdrukking vormen, kunnen in de eindgroep tussen de werkwoordsvormen staan, zoals blijk geven (van), (het) eens worden (over), (zich) schuldig maken (aan), te berde brengen, te beurt vallen, te binnen schieten, te woord staan, ten deel vallen. Voorbeelden:

 

(6a) Hij is als acteur niet erg geliefd omdat hij vaak van een zekere minachting voor zijn publiek heeft blijk gegeven.

(7a) De oud-politicus ontkende ten stelligste dat hij zich aan corruptie had schuldig gemaakt.

(8a) Het is vervelend dat zijn naam mij maar niet wil te binnen schieten.

 

Aanvaardbaarheid van doorbreking

 

Het is vooralsnog echter niet precies aan te geven wanneer doorbreking wel en niet acceptabel is. Daarom moet het advies luiden om bij twijfel aan de aanvaardbaarheid van een concreet doorbrekingsgeval de werkwoordgroep maar niet te doorbreken, temeer daar plaatsing van het niet-werkwoordelijke element vóór de werkwoordsvormen zoals in de volgende (b)-zinnen voor de meeste taalgebruikers de voorkeur heeft:

 

(3b) Getuigen verklaarden tegenover de politie dat enkele jongeren de zwerver verrot hadden geslagen.

(4b) Ik had gehoopt dat ze het hekje eindelijk eens rood zouden verven.

(5b) Ze vond dat hij haar dat eerst maar eens duidelijk moest maken.

(6b) Hij is als acteur niet erg geliefd omdat hij vaak van een zekere minachting voor zijn publiek blijk heeft gegeven.

(7b) De oud-politicus ontkende ten stelligste dat hij zich aan actieve corruptie schuldig had gemaakt.

(8b) Het is vervelend dat zijn naam mij maar niet te binnen wil schieten.

 

Daar staat evenwel tegenover dat er met name bij de eerste categorie (en in mindere mate bij de tweede) nogal wat gevallen zijn waarin het niet-werkwoordelijke element en het werkwoord een zodanige eenheid vormen dat er sprake is van een samengesteld werkwoord, wat tot uiting komt in het aan elkaar schrijven van de genoemde woorden. Zo worden in het Groene Boekje als één woord gespeld: bekendmaken, bekendstaan, doodslaan, kennismaken, krombuigen, natregenen, opendraaien, openmaken, plaatsnemen, platbombarderen, platslaan, schoonkrabben, tekortschieten en talloze andere combinaties. In zulke gevallen gaat het dan uiteraard niet meer om doorbreking van een werkwoordgroep.

 

In andere dan de onder 1 en 2 genoemde gevallen behoort doorbreking van de werkwoordelijke eindgroep niet tot het algemeen Nederlands. In Belgisch Nederlands komt doorbreking door andere elementen voor zoals een bijvoeglijk naamwoord als naamwoordelijk deel (9a), een zelfstandig naamwoord als lijdend voorwerp (10a) of een deel van een voornaamwoordelijk bijwoord (11a):

 

(9a) Het partijstandpunt was dat alle nieuwe mandatarissen moesten drietalig zijn. (regionaal)

(10a) Vader vond dat Karel eerst moest zijn huiswerk maken. (regionaal)

(11a) Dat is een kwestie waar ik liever niet wil op ingaan. (regionaal)

 

In het algemeen Nederlands is de gebruikelijke volgorde in deze en soortgelijke gevallen:

 

(9b) Het partijstandpunt was dat alle nieuwe mandatarissen drietalig moesten zijn.

(10b) Vader vond dat Karel eerst zijn huiswerk moest maken.

(11b) Dat is een kwestie waar ik liever niet op wil ingaan/op in wil gaan.

Aan het taart eten / taart aan het eten

Naslagwerken

ANS (1997), p. 1355-1360, 1362-1363; Correct Taalgebruik (1997), p. 247; Handboek Verzorgd Nederlands (1996), p. 193, 197-198; Taalboek Nederlands (1997), p. 281; Taalwijzer (1998), p. 378-379; Ik schrijf zonder fouten (1996), p. 185-186

algemeen,niet-gepubliceerd,geen_categorie


tao_generiek (K)
10
n



0000
16 November 2006