Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Hoog oplopen met / weglopen met / ingenomen zijn met / veel ophebben met

Vraag

Is hoog oplopen met in de betekenis van '(zeer) ingenomen zijn met' correct?

Antwoord

Ja, hoog oplopen met is standaardtaal in België. Standaardtaal in het hele taalgebied zijn (zeer) ingenomen zijn met en veel ophebben met.

Toelichting

De uitdrukking hoog oplopen met, die aangeeft dat men iets of iemand zeer waardeert of bewondert, is standaardtaal in België.

(1) Hij liep zo hoog op met zijn vrouw dat iedereen dacht dat hij met een engeltje getrouwd was. [standaardtaal in België]

(2) Ook de hoofdredacteur liep niet hoog op met het politiek kleur bekennen van de journalist. [standaardtaal in België]

Standaardtaal in het hele taalgebied zijn met ongeveer dezelfde betekenis (zeer) ingenomen zijn met en veel ophebben met.

(3) De kardinaal was wel zeer ingenomen met zijn benoeming.

(4) De president heeft niet veel op met de prestaties van zijn dochter in die dure privéschool.

In Nederland komt in deze betekenis ook de uitdrukking weglopen met voor. Die uitdrukking is standaardtaal in Nederland.

(5) Iedereen heeft zo zijn eigen idool: de een is gek van een schaatser, de ander van een zanger en de derde loopt weg met een dominee. [standaardtaal in Nederland]

(6) Sommigen lopen weg met zijn romans en anderen vinden er niets aan. [standaardtaal in Nederland]

Naslagwerken

oplopen met weglopen met ingenomen zijn met ophebben met
Grote Van Dale (2005) [bij oplopen] 11 (…) (alg.Belg.N.) hoog oplopen met -, hoog (weg)lopen met -, veel op hebben met -, waarderen, prijzen

[bij weglopen] 8 (hoog) met iem. of iets weglopen, er veel mee op hebben, hem of het zeer bewonderen [bij ingenomen] 1 ingenomen met, behagen en genoegen of genoegdoening vindend in, bekoord door, blij met - [bij ophebben] 6 op een positieve of negatieve wijze staan tegenover, een bep. dunk van of visie op iets of iem. hebben: veel met iem. op hebben, ingenomen zijn met –
Van Dale Hedendaags Nederlands (2006)

[bij oplopen] (Belg.) hoog oplopen met iem. of iets veel ophebben met iem./iets

1 (inf.) veel ophebben met

 

[bij ingenomen met] 1 behagen en genoegen vindend in

Veel ophebben met iem. hem graag mogen

Verschueren (1996)

[bij oplopen] B. (…) 2. (…) Gez. Z.N. hoog - met, veel ophebben, weglopen, ingenomen zijn met.

[bij weglopen] 3. ingenomen zijn (erg, hoog) met een kunstenaar -

[bij ingenomen] 1. gesteld op, houdend van, sympathie hebbend voor

[bij ophebben] 3. ingenomen zijn met: niet veel met iemand of iets -

Koenen (2006)

-

[bij weglopen] 3 (met met) er zeer mee ingenomen zijn, dwepen met

[bij ingenomen] tevreden, blij: ~ zijn met zijn nieuwe baan

[bij ophebben] 3 (met met) ingenomen zijn met

Kramers (2000)

[bij oplopen] 1 (…) ZN: (hoog) ~ met veel ophebben met, ingenomen zijn met

[bij weglopen] 4 fig ingenomen zijn: hoog, erg met iemand ~

[bij ingenomen] ~ met hoge waardering hebbend voor; blij zijn met

[bij ophebben]3 veel met iem.~ hem graag mogen lijden

Correct Taalgebruik (2006), p. 185

[bij oplopen] Men kan een trap of een berg oplopen, maar men is ingenomen met of tegen iemand, men loopt er (hoog) mee weg of heeft er veel mee op.

-

-

-

Woordenboek correct taalgebruik (2004), p. 195

[bij oplopen, wordt afgekeurd] hij loopt hoog op met zijn neef, met dat boek, heeft veel op met zijn neef, loopt weg met dat boek, is ermee (met hem) ingenomen;

-

-

-

Taalwijzer (1998), p. 376

[bij weglopen, wordt afgekeurd] niet: hoog oplopen met

-

-

-

Vlaams-Nederlands woordenboek (2003)

[bij hoog] hoog oplopen met, veel ophebben met, ingenomen zijn met

-

-

-