Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Garagist / garagehouder

Vraag

Is garagist correct?

Antwoord

Ja, garagist is standaardtaal. Het woord wordt hoofdzakelijk in België gebruikt, maar het komt ook in Nederland voor.

Toelichting

Een persoon die een garage uitbaat, noemen we in de standaardtaal een garagehouder of een garagist. Garagist komt vooral in België frequent voor, maar is ook in Nederland niet onbekend. Garagehouder is het meest gangbare woord in Nederland, maar het wordt ook in België gebruikt.

(1) U koopt voor uw dochter een wagentje van uw garagist, maar na enige tijd stelt u vast dat hij u een kat in een zak heeft verkocht.

(2) De garagist voerde de nodige herstellingen uit en verkocht de auto met winst.

(3) De garagehouder kan zich dan de volgende morgen zelf een oordeel over het startgedrag vormen.

(4) De garagehouder mocht geen Ford verkopen, omdat hij niet tot het dealernet van de fabrikant behoorde.

Bijzonderheid

Iemand die alleen brandstof verkoopt is een pomphouder.

Zie ook

Metsen / metselen
Mekanieker / mecanicien / monteur
Technieker / technicus / monteur

Naslagwerken

garagist garagehouder
Grote Van Dale (2005) garagehouder iem. die een garage heeft, syn. garagist
Van Dale Hedendaags Nederlands (2006) 1 garagehouder 1 eigenaar of chef van een bedrijf waar auto's gerepareerd, verkocht of gestald worden (…) syn. garagist
Verschueren (1996) Z.N. garagehouder persoon die een garage (2) heeft
Kramers (2000) ZN garagehouder; pomphouder iem. die auto's in stalling houdt
Correct Taalgebruik (2001), p. 84 [wordt afgekeurd] De correcte vorm is: garagehouder, tenzij men een pomphouder bedoelt, die alleen brandstof verkoopt en eventueel een pompbediende in dienst heeft. -
Woordenboek correct taalgebruik (2004), p. 89 (minder gebr. naast:) garagehouder -
Taalwijzer (1998), p. 130, 129 Van Dale noemt het gewestelijk; Verschueren Zuid-Nederlands; Koenen 2 Belgisch in de betekenis van  *garagehouder. Toch komt het ook in het Noorden een enkele keer voor is de correcte term (vgl. *garagist)
Stijlboek VRT (2003), p. 94 Garagist komt in het hele taalgebied voor, maar garagehouder is gebruikelijker. -
Vlaams-Nederlands woordenboek (2003) garagehouder -