Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Inwijkeling / immigrant

Vraag

Is inwijkeling correct?

Antwoord

Ja, inwijkeling is standaardtaal in België. Standaardtaal in het hele taalgebied is immigrant. Mensen die niet uit het buitenland afkomstig zijn, maar toch nieuw zijn in een stad of gemeente, worden in de standaardtaal in het hele taalgebied nieuwkomers genoemd.

Toelichting

Een vreemdeling die zich in een bepaald land vestigt, wordt een immigrant genoemd. Dat woord is standaardtaal in het hele taalgebied.

(1) De Kanaakse leider maakt zich klaar om de voorman van de blanke immigranten de hand te schudden.

In de standaardtaal in België komt het woord inwijkeling voor als synoniem voor immigrant.

(2) Ted, een Britse inwijkeling die werkt voor een New Yorkse krant, wordt door zijn uitgever gevraagd een reportage te maken. [standaardtaal in België]

(3) Angelica Picaro trouwt met de Arabische inwijkeling Bayardo San Román. [standaardtaal in België]

In de standaardtaal in België wordt inwijkeling ook gebruikt om Belgen aan te duiden die nieuw zijn in een stad, gemeente of parochie.

(4) De deken van Heverlee organiseerde een feestje voor alle inwijkelingen. [standaardtaal in België]

Standaardtaal in het hele taalgebied is in dit geval nieuwkomer.

(5) Alle nieuwkomers van de stad Oostende zullen binnenkort worden uitgenodigd op een infoavond.

Ook het zelfstandig naamwoord inwijking en het werkwoord inwijken komen voor in de standaardtaal in België. Immigratie respectievelijk immigreren zijn hier standaardtaal in het hele taalgebied.

(6) De inwijking van kapitaalkrachtige Nederlanders is geen recent verschijnsel. [standaardtaal in België]

(7) Hij is hier in 1965 ingeweken. [standaardtaal in België]

Bijzonderheid

In Nederland spreekt men in informeel taalgebruik ook wel van import om mensen aan te duiden die van elders in het land in een bepaalde gemeente of streek zijn komen wonen.

(8) Natuurlijk begrijpt hij ons dialect niet, hij is import. (in Nederland, informeel)

(9) Sinds een aantal jaren bestaat de meerderheid van de bevolking in de gemeente uit import. (in Nederland, informeel)

Naslagwerken

 

inwijkeling

immigrant

Grote Van Dale (2005) (Belg.N., niet alg.) 1 immigrant

1 inkomend landverhuizer

Van Dale Hedendaags Nederlands (2006)

1 (Belg.) iem. die uit een andere gemeente of een ander landsdeel afkomstig is (…) 2 (Belg., niet alg.) immigrant

1 inkomend landverhuizer, syn. inwijkeling

Verschueren (1996)

Z.N. immigrant

iemand die vanuit een ander land zich in een bepaald land komt vestigen

Koenen (2006)

-

inkomend landverhuizer

Kramers (2000)

ZN immigrant

inkomend landverhuizer, kolonist, vreemdeling die zich in het betrokken land vestigt; ook van dieren en planten gezegd

Correct Taalgebruik (2006), p. 123

[wordt afgekeurd] 'Inwijkeling' is een purisme voor immigrant, nieuwkomer. Hetzelfde geldt voor het werkwoord 'inwijken' i.p.v. immigreren "zich uit een ander land ergens komen vestigen"

-

Woordenboek correct taalgebruik (2004), p. 128

[wordt afgekeurd] immigrant, allochtoon; nieuwkomer; iem. die uit een andere gemeente afkomstig is

-

Taalwijzer (1998), p. 164

[bij immigreren, wordt afgekeurd] subst. immigrant (m,v); immigratie (v) (niet: inwijken, inwijkeling)

[bij immigreren] subst. immigrant

Stijlboek VRT (2003), p. 127

[bij inwijken / inwijkeling, wordt afgekeurd] Purisme. Algemeen Nederlands zijn: immigreren, immigrant; nieuweling, nieuwkomer.

-

Vlaams-Nederlands woordenboek (2003)

immigrant

-