Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Taaladvies.net

U bent hier: taalunieversum » taaladvies

Zweren: zwoor / zwoer / zweerde

Vraag

Wat is de verleden tijd van zweren: zwoor, zwoer of zweerde?

Antwoord

Dat hangt er maar van af: als zweren 'etteren' betekent, is de verleden tijd zwoor of zweerde, maar in de betekenis 'een eed afleggen' is de verleden tijd zwoer.

Toelichting

Zweren kan twee betekenissen hebben, en afhankelijk daarvan is de verleden tijd anders:

- In de betekenis 'etteren, een zweer ontwikkelen' heeft zweren een sterke en een zwakke vervoeging. De verleden tijd is dan: zwoor (sterk) of zweerde (zwak).

- In de betekenis 'een eed afleggen' wordt zweren alleen sterk vervoegd. De verleden tijd is dan zwoer.

Voor de duidelijkheid geven we alles nog in een tabelletje weer.

etteren

een eed afleggen

verleden tijd

zwoor

zweerde

zwoer

voltooid deelwoord

gezworen

gezweerd

gezworen

In de betekenis 'etteren' is het sterke voltooid deelwoord gezworen het gebruikelijkst. De zwakke vorm gezweerd is minder gangbaar.

Zie ook

Werkwoorden met een zwakke en een sterke vervoeging (algemeen)

Schrok af / schrikte af
Uitgeplozen / uitgepluisd
Zegden / zeiden

Naslagwerken

ANS (1997), p. 90-93; Schrijfwijzer (2005), p. 187; Taalbaak; Taalboek Nederlands (2003), p. 148

Nederlandse Taalunie