Wat is de verleden tijd van zweren: zwoor, zwoer of zweerde?
Dat hangt er maar van af: als zweren 'etteren' betekent, is de verleden tijd zwoor of zweerde, maar in de betekenis 'een eed afleggen' is de verleden tijd zwoer.
Zweren kan twee betekenissen hebben, en afhankelijk daarvan is de verleden tijd anders:
- In de betekenis 'etteren, een zweer ontwikkelen' heeft zweren een sterke en een zwakke vervoeging. De verleden tijd is dan: zwoor (sterk) of zweerde (zwak).
- In de betekenis 'een eed afleggen' wordt zweren alleen sterk vervoegd. De verleden tijd is dan zwoer.
Voor de duidelijkheid geven we alles nog in een tabelletje weer.
|
etteren |
een eed afleggen |
|
|
verleden tijd |
zwoor zweerde |
zwoer |
|
voltooid deelwoord |
gezworen gezweerd |
gezworen |
In de betekenis 'etteren' is het sterke voltooid deelwoord gezworen het gebruikelijkst. De zwakke vorm gezweerd is minder gangbaar.
Werkwoorden met een zwakke en een sterke vervoeging (algemeen)
Schrok af / schrikte af
Uitgeplozen / uitgepluisd
Zegden / zeiden
ANS (1997), p. 90-93; Schrijfwijzer (2005), p. 187; Taalbaak; Taalboek Nederlands (2003), p. 148