Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Zicht / gezicht (op het eerste -)

Vraag

Wat is correct: op het eerste zicht of op het eerste gezicht?

Antwoord

Alleen op het eerste gezicht is standaardtaal.

Toelichting

In de standaardtaal hebben zicht en gezicht niet dezelfde betekenis. Zicht betekent onder meer 'de mogelijkheid om te zien'.

(1) Door de laaghangende bewolking was het zicht erg beperkt.

Met een vergelijkbare, afgeleide betekenis wordt zicht gebruikt in zinnen als:

(2) Er was nog steeds niemand in zicht. ('te zien')

(3) Een voor een verdwenen de wandelaars uit het zicht. ('waren niet meer te zien')

Zicht komt verder voor in uitdrukkingen als ergens zicht op hebben of krijgen ('kunnen overzien', 'kijk hebben/krijgen op').

Het woord gezicht heeft onder meer de betekenis 'aanblik'.

(4) Het schilderij moet een gezicht op de haven voorstellen.

(5) Een groen overhemd met een paarse das, dat vind ik werkelijk geen gezicht! ('niet om aan te zien')

De genoemde betekenis heeft het ook in de uitdrukking op het eerste gezicht ('bij de eerste aanblik').

(6) Toen Sonny en Cher elkaar voor het eerst zagen, was het liefde op het eerste gezicht.

In België wordt vaak zicht gebruikt waar in de standaardtaal gezicht gebruikelijk is, zoals in (4), (5) en in de uitdrukking op het eerste gezicht. Dit gebruik van zicht is echter geen standaardtaal.

(7) Op het eerste zicht is er niks mis met kernenergie, maar als je kijkt naar de gevolgen ervan op langere termijn, mag je toch bedenkingen hebben. (in België, geen standaardtaal)

Zie ook

Zichtkaart / postkaart / ansicht(je) / prentbriefkaart / ansichtkaart / kaartje
Zichtrekening / lopende rekening / (bank)rekening

Naslagwerken

zicht gezicht
Grote Van Dale (2005)

11 (Belg.N., niet alg.) gezicht (1), aanblik (1)

1 (…) op het eerste gezicht, bij het voor het eerst aanschouwen

Van Dale Hedendaags Nederlands (2006)

-

op het eerste gezicht bij een eerste beschouwing

Verschueren (1996)

Het zien, gezicht

A. Abstr. het zien: (…) bij of op het eerste - (…) Syn. aanblik

Koenen (2006)

-

1 het zien: liefde op het eerste ~ bij de eerste aanblik

Kramers (2000)

4 ZN aanblik, gezicht; bij het eerste ~ op het eerste gezicht

2 (…) op het eerste ~ bij de eerste indruk

Correct Taalgebruik (2006), p. 320

In de betekenis van aanblik gebruiken we gezicht. (…)

Let op de vaste verbindingen: op het eerste gezicht (à première vue)

-

Woordenboek correct taalgebruik (2004), p. 327

[wordt afgekeurd] op, bij 't eerste -, op 't eerste ge-, bij de eerste aanblik

-

Taalwijzer (1998), p. 140

[bij gezicht, wordt afgekeurd] 1) … Ook: op het eerste gezicht (niet: zicht).

-

Stijlboek VRT (2003), p. 276, 99

[bij zicht / aanzicht / aanzien / uitzicht / gezicht] Zicht betekent: het zien zelf, de mogelijkheid om te zien. (…)

Gezicht betekent: gezichtsvermogen (het zintuig), indruk, iets wat men voor zich ziet, gelaat. (…)

Het was liefde op het eerste gezicht.

[bij gezicht / aanzicht / aanzien / uitzicht / zicht] Zicht betekent: het zien zelf, de mogelijkheid om te zien. (…)

Gezicht betekent: gezichtsvermogen (het zintuig), indruk, iets wat men voor zich ziet, gelaat. (…)

Het was liefde op het eerste gezicht.

Vlaams-Nederlands woordenboek (2003)

[bij zicht] - op het eerste zicht, op het eerste gezicht

-