Schrijf je zanikken of zaniken?
De juiste spelling is zaniken.
Werkwoorden met een korte klinker in de laatste lettergreep van de stam krijgen normaal gesproken een dubbele medeklinker: afstappen, bevlekken, vertikken enzovoort.
Krijgt echter die laatste lettergreep niet de klemtoon, dan wordt de desbetreffende klinker meestal uitgesproken als de toonloze e of sjwa [∂]. Na een sjwa verdubbelen we de medeklinker normaal gesproken niet: geval, bevel, geloof, onbehouwen enzovoort.
Als de stam van een werkwoord echter eindigt op onbeklemtoond -el, -em, -en, -er, -es, -et, -ig, -ik, -il, -it, dan wordt de desbetreffende klinker meestal uitgesproken als de sjwa [∂]. In dat geval krijgen de tegenwoordige tijd meervoud en de infinitief van werkwoorden een enkele medeklinker. Enkele voorbeelden: ratelen (de stam is ratel), ademen, regenen, bibberen, stencilen, bezigen. Twijfel ontstaat vooral bij werkwoorden waarvan de stam niet op -el, -em, -en of -er uitgaat, maar op -es of -ik. Voorbeelden daarvan zijn: hannesen, frunniken, zaniken en dergelijke.
Een uitzondering is het woord batikken. Hier wordt de i niet uitgesproken als een sjwa, maar als de korte [i]. Daarom wordt de medeklinker verdubbeld.
Verdubbeling van medeklinkers op het eind van een gesloten lettergreep (Leidraad 2.2)
Weergave van uitspraak (algemeen)
Castricumer / Castricummer
Dreumessen / dreumesen, havikken / haviken
Petitioneren, petitionnement