Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Wie z'n / wiens

Vraag

Is Wie z'n (of d'r) schoenen zijn dat correct?

Antwoord

Ja, maar constructies met wie z'n/wie d'r zijn beperkt tot gesproken, informeel taalgebruik. De constructie met wie d'r is bovendien alleen in Nederland gebruikelijk. In geschreven taal en in verzorgde gesproken taal wordt de voorkeur gegeven aan een constructie met van wie: Van wie zijn die schoenen? Beperkt tot formeel taalgebruik zijn de vormen wiens en wier: Wiens (of wier) schoenen zijn dat?

Toelichting

Naast het type Jan z'n hond en Marie d'r fiets komen vergelijkbare constructies voor van wie met een bezittelijk voornaamwoord, gevolgd door een zelfstandig naamwoord. Combinaties met d'r komen alleen in Nederland voor.

Wie z'n en wie d'r worden in twee verschillende constructies gebruikt: in vraagzinnen als (1a) en (2a) en in bijvoeglijke (betrekkelijke) bijzinnen als (3a) en (4a).

(1a) Wie z'n spullen liggen daar in de hoek? (informeel)

(2a) Wie d'r boeken zijn in het klaslokaal blijven liggen? (in Nederland, informeel)

(3a) Het kind wie z'n spullen daar in de hoek liggen, moet die zelf opruimen. (informeel)

(4a) De leerlingen wie d'r boeken in het klaslokaal zijn blijven liggen, worden door de conrector op het matje geroepen. (in Nederland, informeel)

Betrekkelijke bijzinnen met wie z'n/wie d'r zoals (3a) en (4a) zijn minder gebruikelijk dan vraagzinnen zoals (1a) en (2a).

In (1a) en (2a) is wie een vragend voornaamwoord en in (3a) en (4a) een betrekkelijk voornaamwoord. In de constructie met een vragend voornaamwoord is wie z'n de neutrale vorm (1a) en wordt wie d'r alleen gebruikt om expliciet aan te geven dat het om een vrouwelijke persoon of om meerdere personen gaat (2a).

Hoewel tegen deze constructies geen bezwaar gemaakt hoeft te worden, heeft de combinatie wie z'n (of wie d'r in Nederland) wel een informeel karakter en het gebruik ervan is dan ook beperkt tot gesproken taal. In geschreven taal en in verzorgde gesproken taal zijn omschrijvingen met van wie gebruikelijker dan de constructie met wie z'n/wie d'r.

(1b) Van wie zijn de spullen die daar in de hoek liggen?

(2b) Van wie zijn de boeken die in het klaslokaal zijn blijven liggen?

(3b) Het kind van wie de spullen daar in de hoek liggen, moet die zelf opruimen.

(4b) De leerlingen van wie de boeken in het klaslokaal zijn blijven liggen, worden door de conrector op het matje geroepen.

Anders dan in (2a) kan in (2b) niet expliciet worden aangegeven dat het om een vrouwelijke persoon of om meerdere personen gaat. Dat kan wel wanneer men gebruik maakt van de vormen wiens (mannelijk persoon) en wier (vrouwelijk persoon en meerdere personen), die echter beperkt zijn tot formeler taalgebruik (wiens is wel gebruikelijker dan wier):

(1c) Wiens spullen liggen daar in de hoek? (formeel)

(2c) Wier boeken zijn in het klaslokaal blijven liggen? (formeel)

(3c) Het kind wiens spullen daar in de hoek liggen, moet die zelf opruimen. (formeel)

(4c) De leerlingen wier boeken in het klaslokaal zijn blijven liggen, worden door de conrector op het matje geroepen. (formeel)

Bijzonderheid

In de constructie met een betrekkelijk voornaamwoord, die minder vaak voorkomt, kan in het enkelvoud in plaats van wie ook die worden gebruikt (dus: wie z'n, die z'n, wie d'r, die d'r) en in het meervoud bovendien in plaats van de gereduceerde vorm d'r ook hun (dus: wie d'r, die d'r, wie hun, die hun).

(5) De jongen, wie z'n/die z'n speelgoed bij de brand verloren was gegaan, was ontroostbaar. (informeel)

(6) De kinderen wie d'r/die d'r/wie hun/die hun kleren niet gewassen waren, werden door de anderen gemeden. (informeel)

Zie ook

Volle en gereduceerde vormen van persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden (algemeen)

Jan z'n broer / Jan zijn broer / Jans broer
Wiens / wier (de vrouw - auto)

Naslagwerken

ANS (1997), p. 326 of online via de E-ANS, p. 344 of online