Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Wezen / zijn (Piet zal wel weer te laat -)

Vraag

Mag wezen in plaats van zijn worden gebruikt in een zin als Piet zal wel weer te laat wezen?

Antwoord

Ja. Het is gewoon in de spreektaal, maar minder gebruikelijk in de schrijftaal.

Toelichting

Wezen is een vorm van het werkwoord zijn die alleen in de onbepaalde en de gebiedende wijs voorkomt. In de onbepaalde wijs kan het in bepaalde gevallen in plaats van de vorm zijn worden gebruikt:

(1) Ik ben benieuwd hoe het zal zijn/wezen.

(2) (Dat) kan wel zijn/wezen, maar daar heb ik niets mee te maken.

(3) Hij mag er zijn/wezen.

In sommige min of meer vaste uitdrukkingen is het niet goed mogelijk zijn in plaats van wezen te gebruiken.

(4) Het mag wezen hoe het wil, ik ben het er niet mee eens.

(5) Laten we wel wezen.

(6) Het zal je kind maar wezen.

Zie ook

Ben / wees stil

Bronnen

Onze Taal 24 (1995), 3.

Naslagwerken

Prisma Stijlboek (1993), p. 269

wezen bijv. U moet voorzichtig wezen i.p.v. zijn is goed Ned.

Grote Van Dale (2005)

1 (onoverg., alleen onbep. wijs) bestaan, zijn1 (1): die was en eeuwig wezen zal (...) 2(onoverg., alleen onbep. wijs) zó zijn, in zekere kwaliteit bestaan: het mag wezen hoe het wil, het is een onaangename zaak; hij mag er wezen (...); 3 (onoverg., alleen onbep. wijs) aanwezig zijn, zich bevinden: waar kan het toch wezen? (...) 6 (alleeen onbep. wijs; in voltooide tijden wordt 'zijn' (met de waarde van 'geweest'), gecombineerd met een inifinitief zonder 'te', vervangen door 'wezen' (met dezelfde waarde)) gaan: wij zijn daar wezen kijken; ik ben eens wezen luisteren.

ANS (1997) , p. 1033 (99) of online via de E-ANS

In voltooide tijden wordt als vervangende infinitief wezen (niet zijn) gebruikt. Zulke zinnen met wezen hebben een uitgesproken informeel en spreektalig karakter. Ze zijn vooral in het westen van Nederland gebruikelijk.