Komt er een koppelteken voor ie (de gereduceerde vorm van hij), zoals in Hij weet niet wat(-)ie wil?
Ja. Een koppelteken tussen ie en het eraan voorafgaande woord (bijvoorbeeld een persoonsvorm (weet-ie), een voegwoord (of-ie) of een betrekkelijk woord (wat-ie)) verdient aanbeveling om de uitspraak zo nauwkeurig mogelijk weer te geven, zeker in gevallen als werkte-n-ie.
Gereduceerde vormen van persoonlijke voornaamwoorden komen voor in de gesproken taal. Bij de weergave daarvan in schrift gebruikt men bij vormen als 'k, '(e)m, 'r, d'r en '(e)t een weglatingsteken of apostrof. Dit teken geeft aan dat er een klinker of een h weggelaten is. Terzelfder tijd kan dit teken weergeven dat het gereduceerde voornaamwoord in de uitspraak met het voorafgaande woord verbonden wordt. Een koppelteken is in zulke gevallen overbodig.
Bij ie is er geen sprake van weglating van een klank. In de praktijk wordt ook hier vaak geen koppelteken gebruikt. In de ANS en het Taalboek Nederlands bijvoorbeeld worden voorbeelden gegeven met ie zonder koppelteken. Van Dale schrijft bij het lemma ie: 'vaak met koppelteken aan de persoonsvorm of het voegwoord gehecht', maar geeft bij het lemma hij alleen de voorbeelden Wat moet ie? en Hard gaat ie. Het gebruik van een koppelteken om de verbinding in de uitspraak met het voorafgaande woord aan te geven, is hier echter wel zinvol. In gevallen als werkte-n-ie (ANS) of danste-n-ie is het gebruik van (twee) koppeltekens zelfs nauwelijks te vermijden: anders krijgen we vreemde spellingbeelden zoals danste n ie of danstenie.
ANS (1997) , p. 242-243; Taalboek Nederlands (1997) , p. 160; Grote Van Dale (1999)