Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Wat-ie wil / wat ie wil

Vraag

Komt er een koppelteken voor ie – de gereduceerde vorm van hij –  zoals in Hij weet niet wat(-)ie wil?

Antwoord

Nee, een koppelteken tussen ie en het eraan voorafgaande woord (bijvoorbeeld een persoonsvorm (weet ie), een voegwoord (of ie) of een betrekkelijk woord (wat ie)) is niet aan te raden. Alleen in bijzondere gevallen met een toegevoegde medeklinker voor de uitspraak, zoals bij werkte-n-ie, zijn koppeltekens aangewezen om de uitspraak zo nauwkeurig mogelijk weer te geven.

Toelichting

Gereduceerde vormen van persoonlijke voornaamwoorden komen voor in de gesproken taal. Bij de weergave daarvan in schrift gebruiken we bij vormen als 'k, '(e)m, 'r, d'r en '(e)t een weglatingsteken of apostrof. Dat teken geeft aan dat er een klinker of een h weggelaten is. De gereduceerde vormen worden niet aan het voorafgaande woord gekoppeld met een koppelteken.

(1) Met kerst zal 'k eens lekker voor jullie koken.

(2) Ze kon amper nog op d'r benen staan.

De gereduceerde vorm van hij is ie. In tegenstelling tot de andere gereduceerde persoonlijke voornaamwoorden is er geen sprake van weglating van een klank. De schrijfwijze van dit soort gevallen is niet beregeld in de officiële spelling, maar naar analogie van gereduceerde vormen als 'k 'm en 't is het ook in dit geval niet aan te bevelen om de gereduceerde vorm ie met een koppelteken te verbinden met het voorafgaande woord.

(3) Ik heb geen flauw idee wat ie nu weer van plan is.

(4) Wil ie zijn huis verkopen?

(5) Kan iemand ons vertellen of ie de nieuwe voorzitter wordt?

Het gebruik van een koppelteken om de verbinding in de uitspraak met het voorafgaande woord aan te geven, is wel aangewezen in gevallen als werkte-n-ie of danste-n-ie. Anders krijgen we vreemde spellingbeelden zoals danste n ie of danstenie.

(6) Toen hij ontslagen werd, werkte-n-ie al twaalf jaar bij hetzelfde bedrijf.

Zie ook

Volle en gereduceerde vormen van persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden (algemeen)

Da's / dat is

Naslagwerken

ANS (1997), p. 242-243 of online via de E-ANS; Grote Van Dale (2005); Taalboek Nederlands (2003), p. 172