Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Taaladvies.net

U bent hier: taalunieversum » taaladvies

Waarmee / met wie (de mensen - ik samenwerk)

Vraag

Mag je met waarmee, waarvan, waarover, waaraan enz. naar personen verwijzen, of moet je in plaats daarvan met wie, van wie, over wie, aan wie enz. gebruiken?

Antwoord

Beide verwijzingen zijn mogelijk. Het gebruik van vormen als waarmee om naar personen te verwijzen is informeler dan dat van de verbindingen met wie en (nog) niet voor iedereen aanvaardbaar. Om kritiek te vermijden, is het raadzaam in geschreven taal voor personen met wie enz. te gebruiken in plaats van waarmee enz.

Toelichting

Een bekende schoolregel is het verbod om met een zogenoemd betrekkelijk voornaamwoordelijk bijwoord als waarmee naar personen te verwijzen. In de spreektaal wordt dit onderscheid niet of nauwelijks gemaakt. Omdat veel taalgebruikers deze regel misschien niet altijd consequent toepassen, maar wel kennen, is het aan te bevelen de regel wel in acht te nemen, althans indien men kritiek wil vermijden.

Zie ook

Die / wie (de man - ik het boek gaf)
Er … op / erop
Waarzonder
Welke (de regels -)
Wier / wiens

Naslagwerken

Schrijfwijzer (1995) , p. 126

Woorden als waaronder, waaraan en waarvoor worden volgens een oude schoolregel niet gebruikt om naar personen te verwijzen. Bij personen moet men schrijven onder wie, aan wie, voor wie, enz. In de spreektaal bestaat dit onderscheid niet of nauwelijks; vandaar dat de regel in de schrijftaal ook vaak niet wordt gehanteerd. Maar wanneer u kritiek wilt vermijden, gebruik dan in geschreven taal geen 'zaakverwijzing' voor personen.

Handboek Verzorgd Nederlands (1996) , p. 201-202

Er zijn taalregels die al een heel lange tijd bestaan, zonder dat iemand zich eraan houdt. (...) Zo'n regel betreft het gebruik van het zogenaamde betrekkelijk voornaamwoordelijk bijwoord waarmee en met wie. (...) Als we verwijzen naar een (+menselijk) woord (...), dan dienen we met wie te gebruiken. Verwijzen we naar een (-menselijk) woord, dan moeten we waarmee gebruiken. Wie deze regel bedacht heeft, is ons onbekend. Dat er in het Nederlands een dergelijke regel bestaat of ooit bestaan zou hebben, is onjuist. (...) Welnu, als er en waar naar mensen kunnen verwijzen, waarom zou het betrekkelijk voornaamwoordelijk bijwoord waar(mee) dat dan niet in het hedendaagse Nederlands kunnen (...)?

Taalboek Nederlands (1997) , p. 189

Geen voornaamwoordelijk bijwoord bij verwijzing naar personen. In informele gesproken taal komt een voornaamwoordelijk bijwoord nochtans ook daar frequent voor.

Basishandleiding Nederlands (1996) , p. 54

De bezittelijke vorm van het betrekkelijk voornaamwoord is bijna altijd waarvan. Bij personen stellen sommigen het op prijs als u van wie gebruikt (vooral op schrift).

Taalbaak 58.1

Waarmee of met wie? Waarmee óf met wie (mag allebei) als u naar personen verwijst, waarmee als u naar dingen en dieren verwijst. (...) Uitzondering: weet u zeker dat uw lezer gehecht is aan 'traditionele' taalregels, hanteer dan de volgende regel: met wie (...) enzovoort als u naar personen verwijst; waarmee enzovoort als u naar dingen en dieren verwijst. In veel taalhandboeken zult u (nog) de regel vinden die we bij 'Uitzondering' geven. Die regel is in feite ouderwets. In spreektaal wordt bijna nooit onderscheid gemaakt tussen verwijzing naar personen en verwijzing naar dingen. Ook in schrijftaal zie je steeds vaker waarmee (...) enzovoort als naar personen wordt verwezen, misschien omdat toepassing van de regel soms tot enigszins gekunstelde formuleringen leidt.

ANS (1997) , p. 335, 496-497

Vooral in informeel taalgebruik wordt de combinatie 'voorzetsel + wie' vervangen door een voornaamwoordelijk bijwoord.

Vooral in gesproken taal kan een voornaamwoordelijk bijwoord bovendien gebruikt worden om naar personen te verwijzen. Dit gebruik, dat met name bij betrekkelijke voornaamwoordelijke bijwoorden voorkomt, behoort in de meeste gevallen tot de informele taal.

Den Hertog (1973) , p. 224

Het gebruik van pronominale bijwoorden voor personen is niet uitgesloten, maar het heeft iets familiairs en soms iets plomps: De collega, waarover ik laatst sprak. De dame waarmee ik gedanst heb.

De Vooys (1967) , p. 172

De regel dat zulke voornaamwoordelijke bijwoorden uitsluitend betrekking hebben op zaken, gaat niet geheel op. In omgangstaal is b.v. 'De man waarmee ik sedert jaren bevriend ben' gebruikelijk, al zal dit gebruik in geschreven taal gewoonlijk vermeden worden.

Nederlandse Taalunie