Is vooropzeg correct?
Nee, vooropzeg is geen standaardtaal. Standaardtaal zijn opzegging, opzeggingstermijn of opzegtermijn.
Vooropzeg komt in België voor in twee betekenissen. Het betekent zowel de mededeling dat een van de partijen een bestaande overeenkomst (huur, dienstverband) wenst te beëindigen als de duur die bij een opzegging in acht moet worden genomen. Ook opzeg wordt in deze betekenissen gebruikt in België. Geen van beide is evenwel standaardtaal.
(1) Het schijnt dat ze hun opzeg hebben gekregen. (in België, geen standaardtaal)
(2) De werknemers kunnen na een vooropzeg van dertig dagen ontslagen worden. (in België, geen standaardtaal)
(3) De opzeg gaat pas in op de maandag die volgt op de week waarin de opzeg werd gegeven. (in België, geen standaardtaal)
In de standaardtaal spreekt men respectievelijk van de opzegging en de opzegtermijn of de opzeggingstermijn.
(4) Het contract eindigt met een opzegging van drie maanden.
(5) De opzegtermijn bedraagt drie maanden.
J. Van Haver, Correcte Rechtstaal. Kleine gids voor goed taalgebruik in recht en bestuur, 2e druk, Brussel, Juridische uitgaven H. Swinnen, 1987, p. 179.
| vooropzeg | opzegging | |
| Grote Van Dale (2005) | (Belg.N., niet alg.) ontslagaanzegging iem. zijn vooropzeg geven, syn. opzeggen, ontslaan | 1 al dan niet eenzijdige beëindiging van een rechtsbetrekking (…) 2 opzegtermijn |
| Van Dale Hedendaags Nederlands (2006) | - | 1 het opzeggen, syn. opzeg |
| Verschueren (1996) | Z.N. 1. Eig. het opzeggen, de opzegging. 3. Metn. opzeggingstermijn | het opzeggen |
| Kramers (2000) | ZN 1 opzegging (van een arbeidsovereenkomst); 2 opzeggingstermijn | het opzeggen |
| Correct Taalgebruik (2006), p. 300 |
[wordt afgekeurd] De mededeling dat een der partijen de bestaande overeenkomst (huur, dienstverband) wenst te beëindigen, is een opzegging. (…) De duur die bij een opzegging in acht moet worden genomen, is de opzegtermijn of opzeggingstermijn |
- |
| Woordenboek correct taalgebruik (2004), p.309 | [wordt afgekeurd] opzegging, opzeggingstermijn; aanzeggingstermijn (bij een staking); iem. zijn – geven, iem. opzeggen | - |
| Taalwijzer (1998), p. 248 | [bij opzegging, wordt afgekeurd] niet: opzeg of vooropzeg | 1) van huur, dienstverband, contract enz. is de correcte term |
| Stijlboek VRT (2003), p. 262 | [wordt afgekeurd] Een personeelslid wordt opgezegd of zegt zelf op. Vanaf dat moment begint de opzeggingstermijn te lopen. | - |
| Sociaalrechtelijk woordenboek (1977) | - | [bij opzegging/opzeggen] Mededeling, waarbij een partij aan de andere verklaart, dat zij een tussen hen bestaande rechtsbetrekking, b.v. een dienstbetrekking, beëindigt. |
| Vlaams-Nederlands woordenboek (2003) |
-het opzeggen, de opzegging, ontslagaanzegging -opzeggingstermijn |
- |