Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Vleien / vlijen

Vraag

Moet vleien of vlijen worden gebruikt in de zin Zij vleide/vlijde haar handen in haar schoot?

Antwoord

In deze zin is vlijen op zijn plaats: Zij vlijde haar handen in haar schoot. Vlijen betekent 'zacht neerleggen' en vleien 'de ijdelheid strelen'.

Toelichting

Vleien en vlijen hebben als oudere vormen vleën en vliën, maar de oorsprong van beide woorden is onduidelijk. De spellingen vleien en vlijen lopen door elkaar, maar vooral in die zin dat vaak ten onrechte vleien wordt geschreven als vlijen is bedoeld; het omgekeerde komt zelden voor.

Bijzonderheid

Ook de betekenissen van vleien ('de ijdelheid strelen') en vlijen ('zacht neerleggen') zijn wel door elkaar beïnvloed, maar toch goed uiteen te houden. De vaste uitdrukking in het gevlij komen zorgt echter vaak voor verwarring. Velen denken hierbij aan het werkwoord vleien ('naar de mond praten') en schrijven dan ten onrechte gevlei in plaats van gevlij. De uitdrukking kan worden omschreven als 'zich vlijen of plooien naar de (veronderstelde) mening of wensen van een ander'.

Zie ook

Ei of ij? (leidraad 2.9)

Brei / brij
Gevlei / gevlij (in het - komen)
Leidt / lijdt (het - geen twijfel)
Peiler / pijler
Pijl / peil (geen - op te trekken)
Pubertijd / puberteit
Stampei / stampij
Uitdeinen / uitdijen
Uitwijden / uitweiden
Wijds / weids
Wijfelen / weifelen

Naslagwerken

Grote Van Dale (2005); Schrijfwijzer (1995) , p. 191; Basishandleiding Nederlands (1996) , p. 74; Prisma Stijlboek (1993) , p. 259; Nieuw stijlboek Volkskrant (1997) , p. 58; Taalwijzer (1998) , p. 358; Woordenlijst (2015)