Is de betekenis van tweejaarlijks 'elke twee jaar' of 'twee keer per jaar'?
Tweejaarlijks betekent 'om de twee jaar gebeurend'. Om aan te geven dat iets twee keer per jaar plaatsvindt, gebruiken we halfjaarlijks.
-
De betekenis van tweejaarlijks kan volgens sommige woordenboeken ook uitgedrukt worden door tweejarig, dat daarnaast betekent: 'twee jaar tellend' en 'twee jaar durend'. Niet een van de woordenboeken geeft als betekenis van tweejaarlijks 'tweemaal per jaar'.
Van halfjaarlijks wordt in de Grote Van Dale (behalve 'elk halfjaar geschiedend') nog de betekenis 'een halfjaar durend' gegeven.
7 dagen op 7 / zeven dagen per week / elke dag
24 uur op 24 / vierentwintig uur per dag / dag en nacht
Om het uur
Vijfdagenweek / vijfdaagse werkweek
|
tweejaarlijks |
tweejarig |
|
| Grote Van Dale (2005) |
om de twee jaar |
1. twee jaren oud 2. twee jaren durend 3. (plantk.) pas in het tweede jaar bloeiend en dan stervend [onder -jarig: zo oud, zo lang durend of geldend als door het eerste lid wordt aangegeven] |
| Wolters-Koenen (1996) |
om de twee jaar gebeurend |
1. twee jaren tellende 2. twee jaren durende [onder vijftienjarig: vijftien jaar oud; vijftien jaar durende; om de vijftien jaar plaats vindende] |
| Grote Koenen (1986) |
- |
1. twee jaren tellende 2. twee jaren durende |
| Verschueren (1996) |
om de twee jaar (plaatshebbend, terugkerend) |
1. twee jaren oud 2. twee jaren durend 3. om de twee jaar terugkerend |
| Van Dale Hedendaags Nederlands (2006) ; Van Dale Handwoordenboek (1996) |
[bij driejaarlijks: om de drie jaar terugkomend] |
1. twee jaar oud 2. twee jaar durend 3. om de twee jaar |
| Grote Prisma (1997) |
[onder achtjaarlijks: om de acht jaar] |
[onder achtjarig: acht jaar durend, levend, betreffend] |
| Kramers (1996) |
- |
1. twee jaar oud 2. twee jaar durend 3. om de twee jaar |