Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Titulatuur en titels in Nederland: voorrangsregels

Vraag

Hoe moet een burgemeester die ook meester is in Nederland aangeschreven worden?

Antwoord

Bij mannen bestaan er drie mogelijkheden:

(1a) De edelachtbare heer mr. F. van Dijk

(1b) De heer mr. F. van Dijk

(1c) Mr. F. van Dijk

De tweede en de derde mogelijkheid hebben tegenwoordig de voorkeur.

Bij vrouwen bestaan er ook drie mogelijkheden:

(2a) De edelachtbare mevrouw mr. F. van Dijk

(2b) Mevrouw mr. F. van Dijk

(2c) Mr. F. van Dijk

De tweede mogelijkheid heeft tegenwoordig de voorkeur.

De aanhef luidt traditioneel:

(3a) Edelachtbare heer, (geen achternaam)

(3b) Edelachtbare mevrouw, (geen achternaam)

Tegenwoordig heeft de voorkeur:

(4a) Geachte heer, (geen achternaam)

(4b) Geachte mevrouw, (geen achternaam)

Gaat het echter om de burgemeester van Amsterdam, Rotterdam of Den Haag of van een van de provinciale hoofdsteden, dan is de traditionele vorm: De hoogedelachtbare heer mr. F. van Dijk of De hoogedelachtbare mevrouw mr. F. van Dijk. De aanhef luidt dan: Hoogedelachtbare heer, (geen achternaam) of Hoogedelachtbare mevrouw, (geen achternaam).

Toelichting

Titulatuurformules zijn in Nederland aan het verouderen. Wat nog wel gebruikt wordt, zijn de adellijke en academische titels en predicaten sec: jhr., drs., mr. en dergelijke. Deze kunnen ook voorkomen in combinaties, bijvoorbeeld: jhr. mr. De adellijke predicaten jhr. en jkvr. staan steeds voor de academische. Adellijke titels zoals ridder, baron, barones, graaf, gravin, prins of prinses komen na de voorletters. Bijvoorbeeld:

Dr. A.F.J. baron Taets van Amerongen

Mr. M.L.A. gravin van Limburg Stirum

Steeds minder vaak echter worden de bijbehorende formules gebruikt. Een doctor wordt nog zelden aangeschreven als: Weledelzeergeleerde heer.

Wie toch deze traditionele titulatuurformules wil gebruiken, moet op de hoogte zijn van de prioriteiten. Stel dat een jonkheer tevens burgemeester is en ook nog doctorandus. In dat geval gebruiken we niet alle drie de formules, maar kiezen we de belangrijkste. Daarbij gelden de volgende voorrangsregels:

(1) De aangeboren titels en titulatuur (de adellijke) gaan voor de verworven titels en titulatuur (de academische of ambtelijke). Een uitzondering is de ambtelijke titulatuur Excellentie.

(2) Ambtelijke titulatuur gaat meestal weer vóór academische titulatuur.

Voorbeeld: Een burgemeester heeft vanwege zijn ambt recht op edelachtbare of hoogedelachtbare. Als een burgemeester ook een drs. is, vervalt de daarbijbehorende aanduiding: weledelgeleerde. De aanduiding drs. kan evenwel blijven staan: De edelachtbare heer drs.... of De hoogedelachtbare mevrouw drs....

Uitzondering: als iemands academische graad veel hoger is dan zijn functie (bijvoorbeeld bij een dr. die burgemeester is van een kleine gemeente), dan gaat de academische titulatuur voor en vervalt de ambtelijke: De weledelzeergeleerde heer... of De weledelzeergeleerde mevrouw...

Bijzonderheid

Sommige naslagwerken maken overigens nog een fijner onderscheid:

- Hoogedelachtbare heer of Hoogedelachtbare mevrouw voor de burgemeester van een grote stad;

- Hoogedelgestrenge heer of Hoogedelgestrenge mevrouw voor de burgemeester van een provinciale hoofdstad;

- Weledelgestrenge heer; Weledelgestrenge mevrouw of Edelachtbare heer; Edelachtbare mevrouw voor de burgemeester van een kleine gemeente.

Andere gebruiken de term edelachtbare in geen van de gevallen:

- Hoogedelgestrenge heer; Hoogedelgestrenge mevrouw voor de burgemeester van een grote stad;

- Weledelgestrenge heer of Weledelgestrenge mevrouw voor de burgemeester van een kleine gemeente.

Zie ook

Titulatuur in Nederland (algemeen)
Vermelding titels en graden hoger en wetenschappelijk onderwijs (Nederland)

Dr, ir, mr / dr., ir., mr.
Dr. mr. / mr. dr.
Geachte heer/mevrouw / geachte heer, mevrouw / geachte heer of mevrouw / geachte mevrouw, geachte heer
Geachte meneer / Geachte mijnheer / Geachte heer
Geachte mevrouw / Geachte mevrouw,
Geachte mevrouw / Geachte mevrouw Jansen

Naslagwerken

Titulatuurgids (1995); Taalbaak 39.4; Handboek Bedrijfscorrespondentie (1993)