Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Beambte / ambtenaar

Vraag

Zijn beambte en ambtenaar synoniemen?

Antwoord

Nee. Ambtenaar is de algemene benaming voor iemand die aangesteld is in openbare dienst, ongeacht zijn rang. Een beambte is iemand die in een ondergeschikte functie kantoorwerk verricht, hetzij bij een bedrijf, hetzij bij de overheid.

Toelichting

Beambte is oorspronkelijk een zelfstandig gebruikt bijvoeglijk naamwoord (beambt = 'voorzien van een ambt'). Vroeger werd het woord gebruikt in een ruime betekenis voor iedereen die door enig gezag was aangesteld. Tegenwoordig verwijst het woord naar iemand die een lager ambt uitoefent, bijvoorbeeld in een bibliotheek, bij een bank, bij de spoorwegen of bij de posterijen. Het woord beambte is nog niet verouderd, maar raakt wel langzamerhand in onbruik.

Een ambtenaar is altijd iemand die in openbare dienst is en kan alleen door het openbaar gezag worden aangesteld. De woorden ambt en ambtenaar corresponderen dus slechts ten dele met elkaar. Iedere ambtenaar bekleedt een ambt, maar niet iedereen die een ambt bekleedt, is een ambtenaar. Degenen die door een ander bevoegd gezag zijn aangesteld, kunnen ook een ambt bekleden, maar worden geen ambtenaar genoemd (bijvoorbeeld protestants-christelijke en rooms-katholieke geestelijken). Dat geldt ook voor hen die weliswaar in overheidsdienst zijn, maar niet zijn belast met het bestuur of beheer van de staat (bijvoorbeeld hoogleraren en militairen). De laatsten worden gelijkgesteld met ambtenaren en dus niet tot de ambtenaren gerekend.

Zie ook

Functionaris / (hogere) ambtenaar
Leraars / leraren
Ondernemer / aannemer

Naslagwerken

WNT; Grote Van Dale (2005); Van Dale Handwoordenboek (1996); Verschueren (1996); Wolters-Koenen (1996); Kramers (1996); Correct Taalgebruik (1997), p. 26; Woordenboek correct taalgebruik (1994), p. 26; ABN-gids (1996), 123-124; Taalwijzer (1998), p. 53