Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Taaladvies.net

U bent hier: taalunieversum » taaladvies

Testen / tests

Vraag

Is het meervoud van test ('toets') testen of tests?

Antwoord

Beide meervoudsvormen zijn correct.

Toelichting

Een aantal woordenboeken en andere naslagwerken maakt een onderscheid tussen het oude leenwoord test ('schotel') en het recentere via het Engels ontleende woord test ('proef', 'toets'). In het eerste geval is het meervoud testen, in het tweede tests. In de praktijk blijkt bij test in de betekenis van 'proef' echter ook veelvuldig het meervoud testen voor te komen. Sommige naslagwerken vermelden dan ook beide meervoudsvormen naast elkaar.

De meervoudsvorm tests is te vergelijken met die van andere uit het Engels overgenomen woorden, zoals club, film, flat, tank en truck, die ook in het Nederlands alleen maar een meervoud op –s hebben: clubs, films, flats, tanks, trucks.

Het meervoud testen kan beschouwd worden als een aanpassing aan het Nederlandse systeem. Vergelijk test met woorden als nest, rest en vest, die een meervoud op –en krijgen: nesten, resten, vesten.

Bijzonderheid

De woorden test ('toets', 'toetsing', 'proef') en test ('schotel', 'kom', 'pot') hebben niet alleen dezelfde vorm, maar ook dezelfde oorsprong, namelijk het Latijnse testa ('pot', 'schaal'). Een test kon ook een kom zijn voor het doen van proeven en heeft vandaar de betekenis 'proef' gekregen. Terwijl test in de betekenis 'schotel' rechtstreeks aan het Latijn of via het Oudfrans (teste) is ontleend, is het in de betekenis 'proef' pas later via het Engels ontleend.

Zie ook

Leraars / leraren
Methodes / methoden
Sponsors / sponsoren, motors / motoren

Naslagwerken

test(en) test(s)
Grote Van Dale (2005) [de; -en] 1 schotel of kom, gewoonlijk van aardewerk, syn. teil

[de (m.); -s, -en] 1 toetsing van personen, waarbij vragen moeten worden beantwoord en opdrachten moeten worden uitgevoerd om op wetenschappelijk verantwoorde wijze inzicht te krijgen in de eigenschappen, capaciteiten, het temperament en karakter van de proefpersoon, syn. toets

Van Dale Hedendaags Nederlands (2002)

[de ~ , ~en] 1 pot of schotel van aardewerk, vroeger gebruikt voor het kooltje-vuur in een stoof

[de ~ (m.), ~en/~s] 1 toetsing van de kwaliteit, geschiktheid van personen of zaken (…) syn. toets, toetssteen

Verschueren (1996)

1. (…) kleine vierkante, naar onderen smaller toelopende pot met oor, die met een kooltje vuur in een stoof (2) werd gezet

toetsing, proef om de aanleg, de bekwaamheid, de vermogens, de eigenschappen van personen of zaken te bepalen

Koenen (1999)

1 potje dat met een gloeiend kooltje in een stoof werd gezet

1 onderzoek

Kramers (2000)

1 vuurpotje in een stoof

toets, toetsing, beproeving van het gehalte, de kwaliteit, resp. bekwaamheid van zaken en personen

Woordenboek correct taalgebruik (2004), p. 272

1) schotel, kom (v. aardewerk); 2) (proef, toets) (mv.) testen, (correct naast:) tests

-

Nederlandse Taalunie