Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Taaladvies.net

U bent hier: taalunieversum » taaladvies

Ter plekke / ter plaatse

Vraag

Welke formulering heeft de voorkeur: ter plaatse of ter plekke?

Antwoord

Ter plaatse en ter plekke hebben dezelfde betekenis: 'op een bepaalde plaats'. Wel is de gebruikswaarde verschillend: ter plekke verwijst iets nadrukkelijker: 'op de plaats zelf'.

Toelichting

In veel gevallen kunt u beide uitdrukkingen door elkaar gebruiken; de woordenboeken geven alleen nuanceverschillen. Ter plaatse betekent 'op een bepaalde (genoemde of bekende) plaats'. Van Dale noemt ter plekke 'enigszins versterkend naast ter plaatse'. Kramers en Verschueren zien beide uitdrukkingen als synoniemen; in het WNT worden ook ter plekke waar en ter plaatse waar als synoniemen genoemd.

Wel zijn er min of meer vaste verbindingen met ter plekke en ter plaatse. In die gevallen is een van beide uitdrukkingen gebruikelijker (of zelfs alleen mogelijk). Voorbeelden:

(1) Hij is ter plaatse goed bekend. (= daar, in die stad)

(2) Er werd een onderzoek ter plaatse ingesteld. (= op de plaats zelf)

(3) De orkestleider arriveerde tijdig ter bestemder plaatse. (vaste uitdrukking)

(4) Hij nam ter plekke het besluit om op te stappen. (= op die plaats en op dat moment)

(5) Zij viel ter plekke dood neer. (= op die plaats en op dat moment)

Zie ook

Versteende naamvalsvormen en vaste combinaties (algemeen)

Ter aller tijde / ten allen tijde / ten alle tijde / te alle tijde / te allen tijde
Toendertijd / toentertijd
Van goede huize / van goeden huize, te goede trouw / te goeder trouw

Bronnen

Onze Taal 66 (1997), 306.

Naslagwerken

Grote Van Dale (2005); Kramers (1996); Verschueren (1996), WNT

Nederlandse Taalunie