Is het Hij schiet te kort of Hij schiet tekort?
Correct is: Hij schiet tekort.
Tekortschieten wordt opgevat als een scheidbaar samengesteld werkwoord. De persoonsvorm van dergelijke werkwoorden wordt gesplitst in twee delen. In dit geval: schieten en tekort. Het voltooid deelwoord schrijven we in één woord: tekortgeschoten. Vergelijkbare gevallen zijn de werkwoorden tekortdoen en tekortkomen: Hij doet (iemand) tekort, Hij komt (iets) tekort, Hij heeft (iemand) tekortgedaan.
De van dergelijke werkwoorden afgeleide zelfstandige naamwoorden worden aan elkaar geschreven: tekortkoming, tekortdoening.
Woordgroep of samenstelling? (Leidraad 6.8)
Aanmoeten / aan moeten
Gebruikmaken / gebruik maken
In bedrijf stelling / inbedrijfstelling
Te kort / tekort, te veel / teveel, te goed / tegoed
Tevoorschijn / te voorschijn