Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Taalkader

Vraag

Wordt taalkader met als betekenis 'op het lidmaatschap van een taalgemeenschap gebaseerde personeelsformatie' in het hele Nederlandse taalgebied gebruikt?

Antwoord

Taalkader is een term die slaat op een element dat typisch is voor de Belgische staatkundige situatie. De term wordt bijgevolg vooral in het Belgische gedeelte van het taalgebied gebruikt.

Toelichting

Door de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszakenis is elke federale overheidsinstelling verplicht om de verdeling van de ambtenaren over de personeelsformatie volgens de taal die ze spreken (volgens de taalrol waartoe ze behoren), in een Koninklijk Besluit vast te leggen. Door die wet wordt de personeelsformatie van een federaal ministerie dus verdeeld in een Nederlands, een Frans en, voor de hogere ambtenarij, een tweetalig taalkader.

Taalkader is een woord voor een typisch Belgisch staatkundig fenomeen. Het gebruik van die term ligt vast in de regelgeving, en is zeer verspreid in de ambtenarij en daarbuiten.

Zie ook

Effectieven / personeelssterkte, personeelsbestand
Omkadering
Vlaamse Rand, Brusselse Rand, de Rand (hoofdletters?)

Naslagwerken

taalkader
Grote Van Dale (2005)

personeelsformatie waarbij in België (m.n. bij de overheid en in openbare bedrijven) een vaste verhouding tussen het aantal Nederlands- en Franstaligen wordt opgelegd

Van Dale Hedendaags Nederlands (2006)

1 personeelsformatie waarbij in België, vooral bij overheid en in openbare bedrijven, een vaste verhouding tussen het aantal Nederlands- en Franstaligen wordt opgelegd

Koenen (2006)

(Belg) kader (5) ve bep. taalrol

Woordenboek correct taalgebruik (2004), p. 266

[B], 1) wettelijk vastgelegde verhouding tussen het aantal Nederlands- en Franstaligen in een organisatie; 2) het wettelijk vastgelegde deel van het kader dat tot de Nederlandse taalgroep behoort of het deel dat tot de Franse taalgroep behoort in een organisatie

Vlaams-Nederlands woordenboek (2003)

(bnl.) personeelsformatie met een bepaalde verhouding tussen Nederlandstalige en Franstalige werknemers, vooral bij bepaalde overheidsinstellingen en (semi)overheidsbedrijven